is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreven door A. de France, M. Bondu, F. Bemey, M. de Cocq, C. Droomers (*) en den advocaat P. Looten (2), allen rederijkers met wie De Swaen waarschijnlijk op verlrouwelijken voet leefde.

Herhaaldelijk legt P. Labus nadruk op den voorbeeldigen levenswandel van De Swaen. In de voorrede tot de Zedelycke Rymwercken luidt het, dat De Swaen zijne gildebroeders en medeburgers niet alleen door zijne werken maar ook « door synen vriendelycken en deughtsamen levenshandel » gesticht heeft. Ook in de slotrede op hetzelfde werk wordt De Swaen voorgesteld als een man, « wiens schriften en levenshandel heel overeenkwamen » en die daardoor voor allen die hem kenden een toonbeeld was. Herinneren wij ons, bij deze getuigenissen, de goede vriendschap, die De Swaen met vele geestelijken verbond, dan mogen wij besluiten, dat er op het reine leven en de vroomheid van den Duinkerkschen heelmeester en dichter waarschijnlijk niets af le dingen viel.

In verband hiermede verdienen sommige toespelingen, welke De Swaen in zijne geschriften, bepaaldelijk in Jesus Leven en Dood en in de Zedelycke Rymwercken, op zijn eigen levensgedrag maakt, eene bijzondere bespreking.

In beide werken overlaadt De Swaen zich zelf soms met de bitterste verwijten. Er was een tijd, beweert hij, dat hij « den wereldgod naliep », in « Gods gewyde kerk, het schepsel dorst aenbidden »,

... Om een kus in dwaeze minnetocht,

(Zijn) Godt had afghegaen, en (zijne) ziel verkocht (3).

Er was een lijd, dat zijn « losse tong, tot wellust uytgelaelen, een reyn gelael ontstak met tuchteloos te praeten », dat hij zijn « geyl gesicht op maegde-wangen sloeg en in een eerbaer hert een wulpschen oogslag joeg (4) ». Zijn « snoode tong door ontucht gedreven » sprak « eerloose

(i) M. de Swaen, Zedelycke Doodt van Keyser Carel. Duinkerke, P. Labus, 1707. Liminaria.

* (2) Zedelycke Rymwercken. Liminaria. (3) lbid., blz. 17.

(*) Jesus Leven en Dood, deel I, 11" gez.