is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Zedelycke Rymwercken schrijft P. Labus, dat « de Swaen's wercken, Indien sy in steden waeren daer overheyt en Gemeynte één tale spreken, 't zedert syn doodt misschien alree thien mael souden gedruckt zyn (*) ». Zeker werpt deze eenvoudige opmerking een eigenaardig licht op den taaltoestand in Duinkerke omstreeks 1722.

Wij leiden er uit af, dat een aanzienlijk deel der voorname ingezetenen en bijzonderlijk der stedelijke waardigheidbekleeders toen maar bitter weinig belangstelling voor het Vlaamsen meer overhadden. Een der eerste maatregels van het Fransch bestuur, na den afkoop der stad van de Engelschen, gold het verplichtend gebruik van de Fransche taal voor alles wat het stedelijk bestuur en de rechtspleging betrof. Toen Turenne zich in 1658, voor rekening der Engelschen, van Duinkerke meester maakte, bevatte de akte van overgave in haar artikel 13 de verzekering dat de taalrechten der inwoners zouden geëerbiedigd worden. « L'on continuera toujours au Magistrat de plaidoier, exercer et administrer la justice, tant civile que criminelle en la langue Thioise ou Flamande, comme l'on a toujours fait du passé »

Maar op 26 Mei 1664, twee jaar na de verkooping van Duinkerke aan Lodewijk XIV, gelastte deze vorst, dat alles voortaan uitsluitend in het Fransch zou gebeuren. Hierover schreef Faulconnier, groot-baljuw van Duinkerke in 1730 : « Cela s'est observé si exactement jusqu'a présent, que eet ordre a été cause que cette belle langue a été depuis si bien cultivée è Dunkerque, qu'il n'y a maintenant presque personne qui ne 1'enlende et qui ne la parle facilement (3). » Deze uitspraak zal wel wat overdrijven, vermits nog bij het begin der vorige eeuw een aantal inwoners van Duinkerke, de Fransche taal weinig of niet machtig waren, maar met zekerheid mogen wij er uit afleiden, dat zoo niet de mindere stand, dan toch de sladsoverheden en verdere aanbidders van de zon met bepaalde

(!) Den Cid. Duinkerke, A. van Ursel. « Opdracht aen den weerden en voorsienigen Heer M. de Swaen. » Tweede uitgave, Den Drucker tot den Leser.

(2) Cf. Faulconnier, Histoire de Dunkerque, VI, blz. 32.

(3) Idem, Md., Vil, blz. 71.