is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hel voorbericht van Jesus Leven en Dood blijkt, dat in 1767 nog niets uit de abdij van Winoksbergen gekomen was. « Het was te vreesen, dat alle de volmaeckte stucken, van dezen vermaerden Poëet, in het duyster souden gebleven hebben, wesende als begraven in eene vermaerde Abdye, en maer een kleyn gedeelte gevallen in de handen van een der sonen van den gemelden Auteur... niet in de duysternissen gebleven is. »

Wij vonden nergens vermeld waarom de abt van Winoksbergen er niet in toestemde De Swaen's geschriften te laten drukken. Deze weigering verwondert des te meer daar het stichtelijke, godsdienstige karakter dezer geschriften een geestelijke eerder tot de uitgave had moeten nopen.

In elk geval bleven De Swaen's handschriften in de abdij te Winoksbergen. Wat gebeurde er daarmede? De zegsman van De Laval (4) dacht, dat ze waarschijnlijk vernietigd werden « a la destruction de la Bibliothèque lors du vandalisme révolutionnaire a la fin du XVIII8 siècle » . — Deze onderstelling is ongegrond om de goede reden, dat verscheidéne der handschriften later teruggevonden werden. In een zitting van het Comité flamand de France in 1853 deelde de heer Morael, geneesheer le Wormhout, mede, dat de heer Bareel, gewezen pastoor in hetzelfde dorp, een handschrift van De Swaen uit den brand der abdij te Winoksbergen redde. Dit handschrift, dat een treurspel getiteld Absolon (2) bevatte, is echter weer verloren geraakt. De heer Morael kwam wel aan het Comité flamand op 30 April 1854 mededeelen, dat er een afschrift van Absolon in het bezit was van den heer Bels of van de familie Schelle te Wormhout (3); op 6 Juli van hetzelfde jaar kondigde hij wel aan, dat hij een rol uit het treurspel ontdekt had en er een afschrift van aan het Comité zou schenken doch tot verdere ontdekkingen kwam het niet, en Absolon bleef in het duister verscholen. Misschien wordt er nog eens een gelukkige hand opgelegd ? Volgens de mededeeling van den heer Morael haalde pastoor Bareel maar één handschrift uit de vlammen der brandende

(*) Bovenvermeld.

(2) Annales du Comité flamand de France, 1853, blz. 275.

(3) lbid., 1,854-1855.