is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Catharina, naer het Tooneel geschikt endc nieuwelyx overgesien en verbetert in Duynkercke 1702; het tweede heet Mauritius. In de Annales van hel Comité flamand de France (1901-1902) werd de lekst van dit laatste stuk gedrukt onder toezicht van pastoor C. Looten. De kleinere gedichten zijn bijeengevoegd onder het opschrift : Zedige Rymwercken (ende Bemerckingen) in stereken en soetcn styl (door M. de Swaen, in syn leven prins der Redenrycke Gilde binnen Duynkercke), 1702. Deze laatste rijmwerken, ten getale van twintig, zijn ook alle onuitgegeven, uitgezonderd de nrs 1,12, 14, 18 en 19, die in de Zedelycke Rymwercken van Labus gedrukt werden (nr 1, p. 72; 12, p. 118; 14, p. 80; 18, p. 137; 19, p. 139).

Bij de beschrijving van dit handschrift betwijfelt Carlier of de twee treurspelen Catharina en Mauritius wel degelijk van De Swaen zijn. Hel kon wel, meent hij, dat De Swaen deze stukken eenvoudig van een ander afgeschreven had, omdat hij ze mooi vond. Als eenige reden voor dezen twijfel geefl Carlier op, dat Catharina en Mauritius in het handschrift voorkomen zonder eene bepaalde aanwijzing, dat De Swaen er de schrijver van is, terwijl de « rymwercken » die het derde deel van het handschrift uitmaken, wel degelijk opgegeven worden als De Swaen's werk. Carlier vergeet echter er bij te voegen, dat de naam van den schrijver alsook de verdere aanwijzingen, die wij hierboven bij 't aanhalen van den titel tusschen haakjes en mei staande letter lieten drukken, van een heel andere hand zijn dan de overige inhoud van het manuscript. Te oordeelen naar het schrift dezer tilelaanwijzingen werden ze er slechts veel later, bepaaldelijk in de 19* eeuw bijgevoegd. De man, die het manuscript samenstelde plaatste er dus zijn naam in 't geheel niet op, — op dit manuscript al evenmin als op de twee andere, die het Comité flamand in zijn bezit heeft en die alle van dezelfde hand zijn. De grond van Carlier's twijfel verdwijnt dus geheel en al. Wij zijn overtuigd, dat, de man, die Catharina en Mauritius in het bedoelde boek schreef, geen andere was, dan de auteur dezer stukken.

De aanwijzing « nieuwelyx overgesien en verbetert » op het titelblad van Catharina is daar zeker wel een bewijs voor evenals het « vergadert en verbetert » bij de Verscheyden Godvruchtige en Zedige Rymwercken, van