is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het derde handschrift (Hs. III) werd insgelijks aan het Comité geschonken door den heer Bonvarlel, die het toevallig van den Mechelschen boekhandelaar De Bruyne gekocht had. Hier vinden wij : De Zedighe Doodvan Carel den Vyfden, De verheerlyckte Schoenkippers of de Gecroonde Leersse, en een nieuwe reeks van achttien Verscheyde Rymwercken, in soeten en stereken slyl (e saem vergadert en verbetert in Duynkercke 1706. Vijf der hier voorkomende rijmwerken treffen wij insgelijks aan in Labus' Zedelycke Rymwercken van 1722; hel zijn de nrs 1, 8 (met appendix), 10 (*), 16 en 17, die zich bij Labus bevinden op bladz. 102 106 109' 119 en 122. ' ' '

Zooals uit de opgave der gedrukte werken hierboven blijkt, werd De Zedighe Dood van Carel den Vijfden reeds in 1707 gedrukt en in 1843 door de zorgen van Willems naar de uitgave van 1707 letterlijk herdrukt. Er beslaat een klein verschil tusschen den tekst van het handschrift en den gedrukten leksl. In dezen laalsleu is hier en daar een woord gewijzigd, blijkbaar om het vers wal welluidender te maken, doch deze wijzigingen zijn niet talrijk en verdienen geen uitvoerige bespreking. Grooter beteekenis hebben een paar wijzigingen van den zin van sommige verzen. Telkens als in de lezing van hel handschrift iets gezegd wordt, dat Frankrijk's kitteloorigheid kon treffen, vinden wij het in Labus' druk verzacht en minder rechtstreeks op Frankrijk toegepast. Bij voorbeeld (I, 1 v. 67 Hs.) : « den Franschen aenslagh »» wordt bij Labus : « des vyants aenslagh »; (IV, 2 v. 174 Hs.) « Van hel Fransche hof vervreemt » wordt bij Labus : «Van 's vyants list vervreemt. »

Naar alle waarschijnlijkheid moeten wij in deze wijzigingen de hand zoeken der censuur, die ongaarne in den nog onlangs ingelijfden Westhoek dergelijke herinneringen zag ophalen. Eenigszins om deze lekstafwijkingen le doen uitschijnen, doch vooral om meer exemplaren van dil uiterst zeldzaam geworden tooneelwerk in den omgang te brengen, bezorgde pastoor C. Looien er een nieuwe uitgave van geheel en al naar het handschrift afgedrukt, in de Annales du Comité flamand van 1900.

(i) Bij Labus ontbreken echter de aanhangsels tot dit stuk : Uitspraak over de en Slotreden.