is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen den tekst van het handschrift en dien van Meyer's druk beslaat overigens op sommige plaatsen een aanmerkelijk verschil. Een nauwkeurig onderzoek der twee lezingen wordt hier vereischt.

Eerst en vooral treft ons de slordigheid waarmede Meyer's uitgave gezet en gedrukt werd. Alleen onze volksboeken, die herhaaldelijk zonder zorg en door weinig of niet geletterde drukkers uitgegeven werden, kunnen ons in hunne laatste oplagen staaltjes van woord- en zinverminking aan de hand doen, die tegen de soortgelijke voorbeelden uit Meyer's uitgave van de Gekroonde Leersse opwegen. Wat enkele uitdrukkingen uit hel handschrift in Meyer's druk al worden! Quylebab = quilebal (II, 110); Die roo karbonkelneus = die rood caek-boukelneus (III, 5); De sausse van dat schoon kappoen = de cansse... (III, 199); Mijn steertebeen = mijn herlebeen (IV, 97); Dien vuylen vrael = dien vuylen verraer (rymend op laet) (V, 115); dien haetigen slavoen = dien baetigen slavoen (V, 138); dat pestigh geit = dat heftig geit (V, 152); Anleuns patroon = auteurs patroon (V, 65); bewierookt met den damp = met den dauw (IV, 29); Wat dal de swarte kauw de bonte Raef verwyt == ... de swarte schouw... (II, 276); Al waer hy uyt syn stat, met noorderson verhuyst = ... selfs sonder son verhuyst (II, 138). Dit zijn maar enkele staaltjes, wij zouden er nog een heele reeks (*) kunnen bijvoegen, die in potsierlijkheid voor de opgegevene niet moeten onderdoen.

Een tweede verschil tusschen het handschrift en den Gentschen druk treft ons evenzeer. Evenals Bredero en andere 17d-eeuwsche kluchtspelschrijvers heeft De Swaen in de Gecroonde Leersse de handelende personages de volkstaal laten spreken; zoo treffen wij in hel handschrift lal van Westvlaamsche"gewestelijke vormen aan. Uit Meyer's druk zijn de Westvlaamsche eigenaardigheden stelselmatig geweerd. Eenige voorbeelden : Gyn styven (IV, 106), gyn gulsigaert (IV, 117), gyn lompen kloet (IV, 128), enz., worden geregeld in Meyer's uitgave : Gy styven, gy gulsigaert, gy lompen kloet. — « Is de deur gesloten? Jae's, en gegren-

i) III, 253 tot 287; 327 tot 330, enz...