is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invloeden van buiten werd vergoed. De loome gedachtenslaap waarin die lelterliefhebbers voortdomruelden werd door niets onderbroken. Zoo gaven noch politieke, noch godsdienstige gebeurtenissen aan hun collectief geschrijf eenige cultuur-historische beleekenis en het kunstgenie, dat hunne voortbrengselen in aeslhetisch opzicht had kunnen verheffen, bleef geheel achterwege.

Met twee en dertig traden de mededingende poëten in 1700 te Brugge op; maar hoeveel waren er onder deze dichte schaar, die wezenlijk iets voor het behandelde onderwerp voelden en niet alleen door de zilveren prijzen aangelokt waren? Wij zien den Brugschen keurraad den lauwer toekennen aan den schrijver van een bombastisch, smakeloos gedicht, zonder eenige bezieling. Al de mededingende gedichlen geven ons staaltjes van de potsierlijkste schijngeleerdheid. De Val des Waens, hel verdedigingsschrift der hoofdkamer der Drie Santinnen, is een meeslerwerk van bekrompen vitterij en kleinzielige hatelijkheid. Heden roemt de critische geest dier rederijkers een gedicht als <« hemeltael », morgen verwerpt hij hetzelfde gedicht als van alle waarde ontbloot. Dat alles maakt den Brugschen prijskamp van 1700 tot een typisch voorbeeld van rederijkersgebruiken, -smaak en -geest.

Wilt gij het oordeel van een tijdgenoot over onze literaire voortbrengselen van het einde der 17e eeuw? P. Labus geeft het ons in de Slot-Reden op De Swaen's Zedelycke Rymwercken : «'t Is te verwonderen dat er in 't Landt soo menighe Treurspelen en Kluchten ghemaeckt en vertoont worden, onder welke menighe stucken ghesien zijn, waer van de sloffe noch goede grondt noch order heeft, en de Bymen oprechte maete noch slyl en hebben, daer men een Edelman doet spreken als een Boer, en den Boer als een Vorst en sommighe die een taele voeren die Vlaems noch Brabants, noch Nederlandts en ghelyckt. » Verder gewaagt Labus nog van letterkundige « liefhebbers van 't geldt », die « de rechtsinnige Boeren alle jaren vijf a ses van hun wanschepsels of spelen dier doen betaelen, terwijl men die op 't pampier siende, sou twyffelen of hun componist kan lesen of schryven ».

Na deze oordeelvelling over de letterprodukten van dien tijd zullen de volgende klachten, die De Swaen over het verval der Nederlandsche