is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duldde. Zijn oordeel over de lichtere letterkundige genres is dan ook in den regel buitengewoon streng. Alles wal niet rechtstreeks diende om hel gemoed te louteren en tot God te verheffen was van nul en geener waarde.

De « herderyen » kon hij maar dulden als zij strekten « om in ons de hartstochten der liefde le verbeteren (*) ». Dit is echter zelden hel geval. De herderijen zijn meestal « gelyk aen die ydele versiersels gemeenelyk Romans genoemt, die sedert twee eeuwen in Vrankryk uitgebroed en van daer geheel het Christendom door verspreyt syn, tol verargernis der Jonkheyd in alle Staten en gelegentheden ». Die uitbroeiing der romans was een zoo ongehoord kwaad in De Swaen's oog, dal hij ter verontschuldiging der FransChen herinnerde, « dat sy d'uytvinding dersèlve schuldig syn aen andere volkeren, en voornaemelyk d'ltalianen, eene seer uytnemende minsieke landaert, die in dusdanige genuchlen stellen de soetste voldoening van hun leven (a) ».

Ook de lierdichten mogen alleen lot stichting gebruikt worden. « De verleyde liefhebbers van weireldsche schoonheden en hofsche pluymstrykers hebben dese rymwerken naer't voorbeeld van de heydenen ontheyligt met deselvè te doen dienen tot opsetting en vleyery van ydele, hooveerdige, jae oneerbare vrouwen en persoonaesjen, welkers namen en werken niet anders verdienen dan eeuwige vergetentheyd (3). »

Het was niet alleen voor godsdienst en zedenleer, dat De Swaen in de poëzie hooge vereering eischle, maar ook nog voor den heelen classiekmyihologischen stoet van goden en godinnen. Hij kon niet gedoogen, dal men zich op letterkundig gebied cenigen spot of oneerbiedige uitdrukking veroorloofde tegenover de godheden, die hij echter op godsdienstig gebied niet genoeg verguizen kon. « 't Gene Grieken noch Latynen oyt ondernomen hebben, schryft De Swaen in de Rymkonst, is te sien by Italianen, Spanjaerden, Franschen en Nederduylschen en ortder de leste in de schriften van Scarron, uagcvolgt door Fockenburg, die door koddige gedachten en

(*) Digtkunde, 2* verh., hoofdst. XIV.

(*) lbid., blz. 49. Van de Herderye.

(3) lbid., hoofdst. IV. Van de Lierdichten.