is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar op 't uiterste oogenblik. De stad is ingenomen, hel volk juicht Phocas toe; Philippicus en Narses, die alle hoop opgeven, zetten Mauritius tot de vlucht aan (III, 3). Als de verrader Conon aankomt om den Keizer gevangen te nemen is deze verdwenen (III, 5).

Wij vernemen verder hoe de vluchtende Keizer en zijne familie op zee overvallen werd door een hevig onweder, dat hen aan wal wierp, waar Conon en het grauW hen gevangen namen (IV, I). Men deelt ons ook mede dat Phocas intusschentijd door de burgers tot keizer was gekroond geworden (IV, 1). Alhoewel deze nu al de macht verworven had, waarnaar zijn eerzucht haakte, gevoelde hij zich nog niet voldaan. Het scheen hem dat de keizer, die zijn ongeluk zoo gelaten droeg, sedert zijn val haast grooter geworden was en dat hinderde hem. Hij had Mauritius' dood reeds beslist, maar wilde nog eerst beproeven of hij de kalme gelatenheid van den gevallen vorst niet kon versloren door hem te sarren en te foliëren. Hij ontbiedt Constantina om haar voor te stellen bij Mauritius aan te dringen opdat deze er zou in toestemmen het gezag met den usurpator te deelen. Constantina weigert haren man die laagheid aan te raden (IV, 3). Phocas geeft hierop het bevel Mauritius' kinderen onder de oogen van hunnen vader te dooden (IV, 4).

Mauritius woonde de uitdelging van zijn gansche geslacht bij zonder een kreet te slaken noch eenige zwakheid te toonen (V, I). Phocas zal zijn wensch om 's keizers waardige berusting in zijn lot te verbreken niet vervuld zien; hij moge hem met ketens beladen (V, 2), zijn vrouw ook in boeien slaan en ze beiden honend met look bekronen (V, 3), Mauritius verliest geen oogenblik zijne vorstelijke waardigheid en blijft den dwingeland tarten. In razernij ontstoken, veroordeelt Phocas den keizer en zijne vrouw tot den dood in folteringen (V, 3).

Mauritius is heel en al naar de grondbeginselen der classieke tooneeltheorie opgeval en gebouwd. Alleen wat de eenheid van tijd betreft, dient opgemerkt te worden, dat er heel wat gebeurtenissen opeengedrongen zijn binnen de geijkte vier-en-iwinlig uren. Het is weinig waarschijnlijk, dat de inneming van Constantinopel, de vlucht der keizerlijke familie, het onweder, de moord der kinderen en meer nog binnen dit korte tijdverloop plaats