is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen de voedster van Mauritius' jongste kind verdient eene bijzondere melding, niet om de wijze waarop haar karakter uitgewerkt is, — het is maar in doodverf geschetst, - maar omdat de keus van dit personage kenschetsend is voor De Swaen's smaak.

Wij zagen vroeger, dat deze voedster, volgens Baronius en anderen, uit liefde voor haren prins haar eigen zoontje in de plaats van haren voedsterling wilde laten dooden, hetgeen Mauritius weigerde, voorwendende, dat Gods wraak vrij haren gang moest gaan. Deze twist tusschen de verkleefde voedster en Mauritius komt in De Swaen's treurspel ook voor.

De Keizer wijst de opoffering van de voedster van de hand met de volgende woorden :

Laet geheel den last van rouwen En ongelukken, voor myn druckigh huys alleen; Die bystant is voor myn verlaten stam te cleen.

(IV, 7, blz. 164.)

Corneille beeft deze bijzonderheid uil Baronius ook gebruikt bij het ontwerpen van zijn treurspel Heraclius, doch niet zonder ze gewijzigd le hebben. Corneille nam aan, dat de voedster toch haar kind liet dooden in de plaats van den jongslen afstammeling van haren heer. Na Mauritius' dood ruilde zij diens kind tegen Phocas' zoon, Heraclius. Zoo bracht Phocas zonder het le welen het kind van zijn slachtoffer op, terwijl de voedster Phocas' zoon opvoedde. Aldus bereidde zij den buitensporig ingewikkelden roman voor, die Corneille in Heraclius op het tooneel gebracht heeft.

Treffend is het, dat Corneille deze voedster, eene vrouw uit den lageren stand, vervangt door eene gouvernante van hoogen rang. Hij legt ons uit waarom hij zulks deed : « Comme j'ai cru que cette action était assez généreuse pour mériler une personne plus illustre, j'ai fait de cette nourrice une gouvernante (*)». « ... Une personne plus illustre et qui soutient mieux Ia dignité du théalre (2) ».

(«) OEuvres de P. Corneille avec notice de J. Lemer. Parijs, Delabays 1887 deel II blz. 134. » » >

(2) Idem, blz. 139, Examen d'Heraclius.