is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een korten, inwendigen strijd, bekent Filips aan Philibert, dat der « kroonen swaerte » in zijn hart het overwicht op alle redeneeringen heeft gehaald en hij bereid is om den troon le beklimmen (III, 2).

Reeds in het eerste bedrijf hadden de prins van Oranje en de graaf van Egmond, bij het vernemen van Keizer KareFs toenemende lichamelijke verzwakking, hunne vrees voor zijn afsterven en hunnen afkeer voor Filips uitgesproken (I, I). Zij vreezen, dat hunne vrijheden en hun gezag onder den nieuwen vorst zullen gevaar loopen. Oe vertrouwelijke omgang van Filips met Philibert, een vreemdeling, en zijne zichtbare neiging om zich van de beide Nederlandsche edelen af te zonderen, verbitterde hen zeer en versterkte hunne wantrouwige vermoedens. Zij besluiten op hunne vrijheden en rechten te waken (111, 3). Egmond vraagt aan Eleonora, dat zij bij haren broeder zou aandringen opdat hij op den troon blijven zou. Eleonora weigert iets in dien zin le doen (IV, 1). Als de Keizer zelf aan Oranje en Egmond mededeelt, dat zijn besluit onwederroepelijk is, onderwerpen zij zich (IV, 3). Egmond wendt zich nog tot Maria om haar le vragen landvoogdes der Nederlanden te blijven onder Filips' beheer. Haar tegenwoordigheid zou een waarborg zijn voor 's lands toekomst. Maria is echter vast besloten om den Keizer in zijn aftreden te volgen (V, 4).

De twee laatste looneelen stellen de kroning van Filips voor (V, 2, 3). Wij overdrijven niet wanneer wij zeggen, dat in de Zedighe Doot geen spoor van handeling te vinden is. Het werk pakt volstrekt niet door « den knoop en d'ontdoening van den selven (') » .

Het verwekken van angst en medelijden en de verdere vereischten der tragedie, die wij, bij onze beoordeeling, niet hoopten aan te treffen, daargelaten, meenden wij toch eenige andere dramatische hoedanigheid in dit stuk te vinden. Wij werden teleurgesteld.

Evenals de handeling geen enkel spanningwekkend tooneel bevat, zoo missen ook de karakters der verschillende personages alle dramatisch belang.

Keizer Karei is oud en ziekelijk, zijn levensenergie is gebroken, hij is

(*) Rijmkonsl, hoofdst. VIL

14