is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Had De Swaen het inzicht gehad, hem door Looten toegeschreven, dan zou het heele eerste tooneel van het vijfde bedrijf logisch niet te verdedigen zijn. Dil tooneel bewijst immers, dat Oranje en Egmond geen opstand wenschten en zich aan Filips'regeering zonder morren zouden onderworpen hebben van 't oogenblik, dat zij een waarborg voor het eerbiedigen van 's lands vrijheden zouden gehad hebben. Die waarborg meenden zij te bezitten in Maria van Hongarije, de landvoogdes der Nederlanden onder Keizer Karei. Egmond, die haar openhartig bekent wal al wantrouwen en afkeer Filips den Nederlanders inboezemt, smeekt haar uit hun naam om onder Filips' regeering toch hel bewind over de Nederlanden te bewaren (V, I, v. 33-38). Met onze verklaring van hooger geciteerde verzen (III, 3, v. 329-330), is dat verzoek anders niet dan eene gedeeltelijke uitvoering van hel daar uitgedrukte voornemen. Zoo wijken Oranje noch Egmond geenszins af van hun gedragslijn. Zonder onedele bijbedoeling handelen zij alleen üii liefde voor 's lands slaalsgebruiken en onafhankelijkheid. Met onze opvatting zijn hun karakters logisch uitgewerkt en mogen zij zeker, zooals wij hooger zeiden, de beste van het heele stuk heeten.

Na de drie treurspelen van De Swaen onderzocht te hebben in hel dubbel opzicht van dramatische handeling en karakterstudie, zijn wij genoodzaakt in eerlijkheid le erkennen, dat ze als treurspelen maar zeer geringe waarde bezitten. Konden wij nog De Swaen's tafereelen bekijken met eerbiedige, geloovige oogen, zooals het vrome middeleeuwsche publiek de naïeve mysteriespelen bekeek, dan zouden wij er wellicht nog heel wat genot aan hebben. Maar zoodra men aan deze stukken eenige "dramalisch-iechnische eischen — zelfs geringe — stelt, moet het oordeel er over ongunstig zijn. Het zijn immers niet alleen onze moderne begrippen over dramaturgie, niet alleen de begrippen van De Swaen's tijdgenooten, zoo classieken als romantieken, die door deze werken niet bevredigd worden, maar het is het wezen, het kenschetsend, eigenaardig karakter van het treurspel zelf, dat er gansch in miskend wordt. Bij een critisch onderzoek naar De Swaen's absolute waarde als letterkundige kan niet anders gesproken worden.

Zoovelen onder onze letterkundige critici treden in dergelijke gevallen