is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slachting schildert door het hemelsche vuur onder de massa der toeschouwers aangericht. Hier krijgen wij een overvloed van natuurwetenschappelijke bijzonderheden, die op zich zelf zouden volstaan om in De Swaen een heelmeester te doen erkennen. Deze laatste eigenaardigheid stippen wij hier maar terloops aan, bij hel bespreken van de lyrisch-didactische werken zullen wij de gelegenheid hebben daar langer bij stil te blijven.

PLACIDIA :

... Waer staet het wreet getuygh?

/EMIL1A :

... By d'haven, in 't verschiet Van duysent schepen, die langsheen den Nilns vliet, Tot aan den Pharo toe syn snelle stroomen stoppen, 't Alexandrinsehe volk loopt derrewaert in troppen, Met ongemeen gedrangh : den grooten spoet vertraegt Het overloopend grauw te samen met de Maegt. Het krielt ten allen kant van menschen, die de Daken En steyle gevels doen door hunne swaerte kraken. Die sitten scherrebeens op vensters : desen light Met 't hooft te solder uyt; dien hangt in tegenwicht Uyt eene goot, die staen dicht onder een geschakelt '1 Op een vervallen Muer : dien heeft syn arm gebakelt Aen een verheven staek en stut op eenen knoop. Het overigh gement dringt te samen over hoop Langs d'huysen, reckende met uytgespannen leden Om Christus Cruyt te sien die Mertewaers gaet treden. Maer op den Nilus was een driftiger gekriel, Mits by den oever stont het al verblindend wiel. De schepen syn gepropt; met duysent jongens stygen ' Op stingen ende Reen, die schynen neer te sygen, De wanden syn beset; de sprieten overdekt, Waer menigen Matroos dwers over light gestrekt. Verbaestheyt, angst en schouw houdt yder ingetogen Die op het moortgetuygh laet vallen syne oogen : «f£ i ^er' siddert int vertoogh van 't ysselyk gevaert,

Dat door vier raders grimt met vinnigh stael gebaert,

Al orderwys geschikt in menigh duysent vliemen,

Omt uytgespannen vleys te snickeren in riemen, v I nstferf