is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

De Gecroonde Leerse.

In de Kamer van Rhetorica te Duinkerke, op Vastenavond 1688. — De sage der Gecroonde Leerse volgens J. De Grieck. — De Swaen's bewerking. — Twee handelingen in een gewerkt. — Degelijk gebouwd. — Zwakheden. — Goede typeering der personages. — Volkstypen : Teunis, Maeyken; hun verhouding tot elkander. — Jakelij ne; Kosen; Joren. — Keizer Karei; Ambroos, de zedenprediker. — De Swaen stelt strenger eischen aan de « klucht» dan de meeste zijner zeventiende-eeuwsche vakgenooten. — Bouw. — Welvoegelijkheid. — Volksche gebruiken en gewoonten. — De burgerlijke kleinmeesters onzer schilderschool. — De Swaen's plaats onder onze comici der 17e eeuw.

Op Vastenavond, in 't jaar 1688, zat de « saele van Rhetorica binnen Duynkercke (*) » vol met de gildebroeders en hunne familie, die nieuwsgierig op de voorstelling wachtten van De Verheerelyckle Schoenlappers of de Gecroonde Leerse, een klucht, opzettelijk voor het vastenavondfeest geschreven door den prins der kamer. De heer Hector, eenmaal hoofdman der Rhetorica, de E. H. De Seck, later haar «geestelycke bestierder», de advocaat P. Looten, de drukker P. Labus en vele andere « hertsvrienden » van den schrijver zaten zeker wel op de eerste rijen. De verwachting was hoog gespannen, zoo voor hel stuk als voor de uitvoering. Degenen, die iets van de voorbereidende herhalingen wisten, verleiden er wonderen over, vooral over het spel van Sr Thomas van Raester, « openbaer notaris des coningbs », die om zijne heerlijke vertolking van de rol van Joren, door De Swaen zelf Thalia's lieveling geheeten werd Van het stuk zelf stelde men zich ook heel wat voor, het gold immers een klucht van Keizer Karei, den popu-

(<) De Gecroonde Leerse. — Uitg. Looten. Rijsel, V. Ducoulombier, 1891, blz. 16. (2) Hs. van het Comité flamand (I), nr 18. Eersangh ter verkiesingh van den dichter S' Thomas van Kaester, deken van Retorica...

18