is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kosen.

Al kakx (*) jen weet het niet. Jakelijn.

Wat sou ik weten ?

Kosen.

Dat het hert van uwen Kosen, U siende weer ontdoyt, hoe seer het was vervroosen.

Jakelijn.

Ja, Kosens hert ontdoyt!

Kosen.

Het gloeyt, myn Jaquelyn, Soo ras het maer verneemt uw lodderlycken schyn.

Jakelijn.

Vervroosen en ontdoyt en dadelyk aen 't gloeyen! Kosen (stil).

Sy sprak me noyt soo soet, haer vrientschap schynt te groeyen.

Jakelijn. Wat seght myn lieve vrient ?

Kosen.

Dat gy soo minsaem syt, Dat sonder u myn hert noyt wesen sal verblydt.

Jakelijn.

Dat 's liefde.

Kosen.

Dat ick eer geen boekweyt-bry sal eeten Dan myne Jakelyn een uertje te vergeten.

(i) Kwansuis.