is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joreo is een vlugge, opgeruimde geest, een door en door gevatte kerel. Hij kent de zwakheden van het vrouwenhart zeer goed en benuttigt ze om tol zijn doel te komen. Zijn kleederdracht is bijzonder verzorgd; hij draagt « aen syn das een letse van salyn ». Dagelijks loopt hij « oaer Pier den dansers schooien » om daar de « kabriolen » te leeren, die ook al medehelpen moesten om Jakelijn te bekoren (II, 4, blz. 123). Hij kon bijzonder goed babbelen, « met het kakebeen spelen » zooals Kosen het afgunstig noemt. Hij weet aldus zijn Jakelijn met zijn vleiend gepraat haast te bedwelmen. In een waren stortvloed mengt hij lieftallig gestreel en guitigen scherts ondereen :

Die schoone Jaquelyn, Die lodderlycke meyl, die bloeme een uyt Hdndert; Dat puykjen over wie gheel Brussel slaet verwondert; Die perel van de jeught, dat lieve minnepant, Die roose, die karssouw, die schoone tuylepant.

Die soete Engelinne,

Myn troost, myn toeverlaet, myn hulpe, myn vriendinne, Myn kroost, myn tortelduyf, myn lief, myn hert, myn lam, Myn rust, myn suyckerdoos, myn jeught, myn vier, myn vlam (*).

Joren maakt niet alleen het hof aan Jakelijne, maar als een behendig tacticus weet hij zich ook bij moeder Maeyken door allerlei middeltjes verdienstelijk te maken. Als moeder bij 't klaarmaken van den kapoen te midden harer potten en pannen en speten onder de drukte haast bezwijkt, verschijnt Joren, te gepaster ure, om haar le helpen (111, 2). Elders nog' als moeder geen weg weet met haar smoordronken vent, komt Joren haar ter hulp om hem naar bed le helpen sleepen (III, 8, blz. 112). Ook vader Teunis weel Joren ten slotte door een behendige greep te winnen. Wij houden het er immers voor, dat Joren niet alleen uit goedhartigheid, maar gedeeltelijk ook uil berekening Teunis in den nood bijblijft en zoo ijverig met allerlei goede woorden zijn wankelenden moed opbeurt.

Naar ons oordeel is er maar een onlogische trek in de anders zoo juiste karakterteekening van Joren. Hel volgende verhaal, dat op zich zelf wel

(*) II, 7, blz. 240 e. v.

20