is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit buld'ren sloegh, gelyk een donder, in myn ooren;

Ik liep ten huysen uyt als voorts gejaegt met sporen;

Het docht my, dat 't geraemt', 't gen in syn winkel stont,

Met al de dieren en gedrochten, die in 't ront,

Van boven hingen, my te saem, op d'hielen, saten.

Dus liep ick, sonder 't hooft te keeren, dry, vier straten,

Nogh min nogh meer, dan eenen hont, wien aen de steert

Een fles gebonden is. Noyt was ik soo verveert.

In die benautheyt quam ick aen den hoek gelopen,

Waer Cupido g'heel naekt stelt al syn dingen open,

En sonder stilstant, streult; als of hy, met dat vocht

Vercoelen wou den brant van ieders liefde-tocht.

Dan dacht ik, of dal wicht ook niet syn heete vonken

In my geschoten had, met Jaquelynes lonWn;

Dies ley ik muyl aen boort, en soop soo veel ik kon

Van 't water dat hy stort, uyt syne coele bron :

Maer ach! ik hadde schoon te suypen ofte drincken,

Den brant bleef aen het herl, en wou van daer niet sincken,

Waer over ik besloot te sien, of meester Jan

My wel geraden had. Soo veele was daer van,

Dat, hoe ik Jaquelyn quam naerder bygetreden,

Hoe meerder pyn en smert ontstak, in geest en leden :

Want, sagh sy soet, door vreugt was 't herte weghgerukt;

En, sagh sy suer, het wiert door wanhoop onderdrukt.

Ah! beter hadden dan tien elssens my doorsteken,

Als eens, van Jaquelyn, aldus te syn bekeken (•).

Keizer Karei en Ambroos spelen in het stuk een ondergeschikte rol. Hun karakterteekening, vooral die van den laatste, is dan ook minder scherp uitgewerkt.

Keizer Karei vertoont zich volop als de rondborstige, vroolijke prins der Vlaamsche sage. Hij vreest niet in aanraking te komen met de laagste standen der bevolking. De Swaen slelt het voor alsof het vooral de « grage tand », de opgewekte fijnproeverslusl van den Keizer was, die hem, grillig « als een zwangere vrouw .», naar den kapoen van de schoenlappers doet verlangen; het zal echter wel in de eerste plaats zijn zin voor kluchtige

(4) Hl, i.