is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij stippen hier maar terloops eenige der cultuurnistorische trekken uit het stuk aan.

Heel 't mannelijk gedeelte der lappersgroep in aangetast door de « kelderkoorts », waartegen Pater Poirters, De Swaen's tijdgenoot, met zijn volkschen humor zoo vaak te velde trok. De drank is de bron hunner vreugde, hun troost in 't verdriet, hun geneesmiddel tegen alle kwalen. Dat er eenig kwaad in het overvloedig drinken bestaat, kan maar in hun hoofd niet opkomen. In volle onschuld zullen zij met Poirters' zuipers gelooven : « Wy en doen niemant quaet, wy doen ons selven goet, wy doen den weert deughl, wy zyn de besten die der leven (*) ».

Het verwondert ons ook geenszins, dat uit de Gecroonde Leerse blijkt hoezeer de « wyvesmytery » in De Swaen's omgeving in gebruik was. In de 17e eeuw was dit gebruik algemeen in de Nederlanden. Cals, de erkende zedenmeester dier tijden, gevoelde immers de behoefte om zijn mannelijke tijdgenooten warm aan te raden hunne vrouwen niet te slaan (2). Er is om zoo le zeggen geen enkel zeventiende-eeuwsch kluchtspel waarin de man zijn vrouw niet priegelt. De Gecroonde Leerse maakt ons met een bijzondere opvatting van dal slaan der wederhelft bekend. Teunis beschouwt dat als een soort van recht van den man. Dat meenen wij althans le mogen opmaken uil de volgende overweging in zijn onderzoek van consciëntie : « Ook heb ik noyt myn wyf onredelyk geslegen ! » (V, 1, blz. 16). In het enkele woordje « onredelyk » ligt hem de knoop; zoo lang hel slaan redelijk bleef was het dus wettig. Maeyken deelt het oordeel van haar man; over de slagen, die zij van den spanriem kreeg, zegt ze : « Dat raekt 't reght nogh den Keyzer niét » (ld., id., blz. 17). Dit neemt niet weg, dat vrouw Maeye zich echter niet gedwee aan dat privaatrecht van Teunis onderwierp. Zij ook hanteerde Wel het spinrokken of hel braadspit als wapen, wanneer het pas gaf. Jakelijne ook zagen wij als een echle vechlmaagd met het « bereken en het eyeken servet » tegen Kosen optreden.

Uit De Swaen's klucht leeren wij ook, dat de landsknechten of ruiters; die

(t) Mmkèr van de Wereld. Antwerpen, 1646, 4e druk, blz. 246.

(*) Korle afbeelding eenes rechten Huysvaders, gevoegd bij het Houwelyck.