is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uyt wie eene vrucht sal spruyten, Die den Hemel komt ontsluyten! Waer ik keere myn gehoor, 'k Hoore niet dan Minnerymen, 'k Hoore niet dan : Hymen, Hymen! Den verlichten Hemel door. Hymen! Godt van reyne minnen, Liefde roept u staedig binnen, Spoeyt U, stapt ten Hemel uyt Leyd den Bruygom by de Bruyd (1).

Het vurige verlangen van De Swaen's ziel om met haren hemelschen bruidegom vereenigd te worden en de genietingen van dit samenzijn hiernamaals eeuwig (e smaken brengt natuurlijk mede, dat al de vreugden, die de wereld aanbrengen kan, voor haar van geender waarde zijn. Alles waar de wereld op belust is, vrouwenliefde, geleerdheid, rijkdom en macht, dat alles is louler ijdelheid. Vanilas vanilatum ! Hier treedt De Swaen bepaald betoogend op; hij beperkt zich niet bij een lyrische ontboezeming, hij redeneert en haalt voorbeelden aan uil de geschiedenis en uit het leven rondom hem heen om de kracht van zijn stelling te doen uitschijnen.

Wat is de vrouwenliefde voor den man ? Een ijdel, kortstondig zinnengenot. Evenals de kluizenaar uil de middeleeuwsche legende, die de wellustige herinnering aan een gestorvene geliefde onderdrukte door haar graf le openen en het ontbonden lijk te aanschouwen, plaatst De Swaen ons voor het geopende graf van eene in het leven prachtige, aangebedene vrouw eb verloont ons het ontbindende lijk om de ijdelheid onzer liefde voor dat schepsel le bewijzen.

Uyt desen mont die U bekoort met minnestuypen Sal 't krielend' ongediert met duyst en duysent kruypen; Een stanck ghelyck een pest sal rysen uyt die keel, Die ghy op heden noemt een honigh-soete deel : De slangen sullen sich met veele kromten krollen, En vringen uyt en in die neus en oogen-hollen;

(*) Leven en Dood van Jesus-Christus, 1» deel, 4e gez. Toezang.