is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Francois de Sales in zijn Inlroduclion a la vie devote maakt juist dezelfde vergelijking met de hazen, die van kleur veranderen. « Croyez-moi : les lièvres deviennent blancs parmy nos montagnes en hyver, paree qu'ils ne voyenl ny mangent que la neige, et a force d'adorer el manger la beauté, la bonté, et la pureté mesme en ce divin sacrement, vous deviendrez toute belle, toute bonne et toute pure (*). »

Moeten wij De Swaen van dit alles een erge grief maken ? Wij hebben deze gelijkenissen tusschen De Swaen langs den eenen kant, Poirters, Vondel en de Sales langs den anderen kant alleen aangehaald om het gemis aan persoonlijke vinding in De Swaen's beeldspraak aan te toonen, niet om te bewijzen, dat De Swaen de door ons bedoelde beelden rechtstreeks aan Poirters, Vondel of de Sales zou ontleend hebben. Dergelijke ontleening is zeker wel waarschijnlijk, doch wij zouden nog overtuigender teksten moeten hebben om zulks mei volle zekerheid te mogen beweren. De paradijsvogel; de wereldbol, die den driehoek van 't hart niet vullen kan; het doek van Veronica als spiegel; de mensch of de wereld, die onbewust als een spons gansch van Gods almacht doortrokken is; en dergelijke figuren meer behoorden immers tot den voorraadkamer van treffende, plastische beelden waarmede de predikanten, vooral de Jezuïeten, hunne sermoenen opkruidden en levendig maakten. Zeker is het, dat dezelfde figuren nog bij andere tijdgenooten van De Swaen kunnen aangetroffen worden. Wie ze echter voor de eerste maal gebruikte valt moeilijk le zeggen.

De haas, die door sneeuw te eten van kleur verandert, is een verkeerd uitgelegd verschijnsel van mimelisme, dat de Salês uit een of ander geleerd werk van zijn tijd geput heeft. Dergelijke trekken van bovennatuurlijke natuurlijke historie vielen zeer in den smaak van de Sales' tijd en zijn werk is er dan ook vol van De Sales kan wel de eerste geweest zijn om dit beeld toe te passen op den Christen, die zich met Gods leer voedt.

Toen De Swaen al deze figuren in zijn werk te pas bracht, gebruikte hij

(1) Ed. Silveslre de Saey (1855), 2« deel, hoofdst. XXI.

(2) Lily gaf reeds veel vroeger in zijn Euphues vele soortgelijke trekken, die ten slotte meest alle op den Physioloyus teruggaan. (Zie Lauchert, Geschichte des Physioloyus.)