is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

norma van het gelouterde Nederlandsen aan te nemen, werkte De Swaen mede tot de versterking der Nederlandsche taaleenheid.

Evenals er bij Vondel, vooral in zijn jongere periode, nog hier en daar « overblijfselen uit het nog half Dietsche zestiende-eeuwsch (*) » waar te nemen zijn, zoo vinden wij bij De Swaen ook enkele Middel nederlandsche eigenaardigheden, die taai leven hadden (2).

Dat De Swaen van allen dialectischen invloed vrij bleef is natuurlijk het geval niel. Evenals Poirters Brabantsch en Cats Zeeuwscb getint zijn, ligt er in De Swaen's geschriften veel, dat den West-Vlaming dadelijk laat erkennen. Nochtans heeft hij slechts in éen stuk, de Gecroonde Leerse, op eenigszins stelselmatige wijze West-Vlaamsche vormen gebruikt. In'dat stuk is dit gebruik zeer licht verklaarbaar daar hier personages uit de Duinkerksche volksklasse aan het woord zijn, die veel van hun natuurlijkheid zouden verliezen, moesten ze anders spreken. In al de overige geschriften van De Swaen komt het West-Vlaamsche taaleigen slechts toevallig voor en streeft hij er naar om, zooals Labus het heet, een taal te te schrijven « die alle Nederlanders konnen begrypen (3) ».

De Swaen gevoelde, dat hij als letterkundige tot een gróoter Nederland behoorde al was hij daar te Duinkerke « als in een hoeck van Vlaender verholen (*) ».

Als staatsburger schijnt hij zich gewillig aan de wetten en regeerders van het nieuwe vaderland, waarbij hij ingelijfd was geworden, onderworpen te hebben. De opdracht van zijn Andronicus-vertaling aan den intendent van Lodewijk XIV te Duinkerke, den heer Barentin, geeft den indruk, dat De Swaen en zijn mede-rederijkers geen den minsten wrok tegen het

(1) Van Helten, Vondel's Taal, bl. vu. Rotterdam, Petri 1881

(2) Bij voorbeeld : Ik bid's u (Zedighe Dood, uitg. Looten blz 481- Mp™ ,r.

£Z ScfLTen' blZ- V* D6Ze S 18 dC ^ ™ ^ddletTanXr nomen (e) (Cf. Vercoüllie, Historische Grammatica, blz. 53), hier als accusatief Iww

onder invloed van de werkwoorden, die eerst met den genitief en later I h *™ *

gebruikt werden. Ook Poirters gebruikt nog dezen vorm ° stl nt dieseVmTS

en ben« met meer. (Masker van de Wereld, blz. 72.) aS' 0f lck

(3) Zedelycke Rymwercken, Slot-Reden van den Drucker (*) lbid.