is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw, weelderig schoon, fijn-harmonisch van vormen, teederlieftallig, verstandig buitengewoon.

Hare ouders ?

De vader, bloemist te Nazareth, deed met zijn vrouw geestdriftig mede aan rederijkerskunst, 's Avonds, rond den haard, kwamen de geburen, de vrederechter, de griffier, de notaris, de deurwaarder, de vermaarde dorpspoëet —1 Kozijn Begodt — anderen-, — o schoone voorvaderlijke tijd ! —bij vader Maertens luisteren naar de voorlezing van 't nieuwsblad, ofwel uit Vader Cats, Kotzebue en de tooneelschrijvers dier dagen. Vrouw Maertens, die een helderklinkende stem bezat, zong op die avondstonden liedekens, en Poëet Begodt gaif zijne muze-voortbrengselen ten beste. Bij 't licht der olielamip werd vaak tot laat in den avond ge'lezen. 't Was een weetgierig, leeslustig huisgezin. De kunstzin zat er diep in. Vader en moeder Maertens trokken meer dan eens ten wedstrijd van redèrijkkamers; hun levenswijze, hoe regelmatig fatsoenlijk, had toch wel een tintje van het bohême-leven. 'tiWas bij hen open hof, in dien zoeten inval: veel bezoek en de tafel altijd gedekt!

Vader Maertens was uiterst gevoelig, streng op het pun't van rechtvaardigheid.

Een schoone trek is wel de volgende : zijn bitterjonge zoon Edward — die naar het schijnt, niet onaardige gedichten maakte —• had liefdebetrekkingen aangeknoopt met een buurmeisje; een kind ging de vrucht worden der zoete min; maar Edward viel doodelijk ziek, geraakte zijn uiterste nabij. Het meisje was bedreigd met hetgeen de wereld, een schandvlek noemt. Wat bewerkte Vader Maertens met de volste instemming van vrouw en de andere dochters en zonen ? Edward trouwde op zijn sterfbed, één dag vóór zijn dood, met zijn hartsvriendin. Een wettige erfgenaam méér was in de familie getreden, ging even als de andere leden, eenmaal aanspraak maken op een deel der natelaten goederen, maa- bij die dcor en door rechtschapen, brave menschen van den ouden stempel, gold slechts iets : de plicht.

De loer vindt mogelijk, dat we lang uitweiden over de bloedverwante! van onzten tooneeldichter. Doch vinden we dezen niet terug in hen ? Is het meest beteekenend lid eener familie niet als de levende synthesis der voorzaten ? En zijn werken zelf, op psychologisch gebied, zijn ze niet gewrocht onder den onmiddellijken invloed van het zielsverleden der familie ?

« Mijn bloedverwanten, zegt De Tière, waren diepvoelende, en in 't leven uiterst gezellige menschen (1). Vader was haantje

(1) In opzicht van gezelligheid, maakte zijn oom Cesar een uitzondering, 't Was