is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om De Tière echter naar waarde te schatten en hem z)ijn iuiste plaats in de geschiedenis van ons Vlaamsch Tooneel te kur nen aanduiden, is het noodzakelijk te onderzoeken welke de wezenlijke toestand was te Brussel en elders op het oogenblik, toen De Tière zijn tooneelarbeid aanving.

In 1880 werden de uitheemsche, tranerig-langgerekte melodrama's, des pièces-a-grand-spectacle, door de groote massa bijzonder gesmaakt. In enke'.e schouwburgen, zoo bij vb. in het Brusi selsch Alhambra, werd zelfs niets anders opgevoerd.

We bezaten nochtans legio van tooneelschrijvers... maar hunne werken muntten veeleer uit door kwantiteit dan wel door kwaliteit, ik bedoel :

eenerzijds p':at-zoutelooze kluchten, met- of zonder zang, echte hansworsterijen soms!

anderzijds, drama's, bombastisch-grootsprakerig, meestal vaderlandsch van strekking en verwerkt met het alle inspiratie-doodend, vooropgezet doel, <( taal en vaderland' n te dienen. De tooneelschrijvers waren kampers, geen zielkundigen.

Kon 't anders of de op tooneel gebrachte menschen waren belachelijk, valsch-idyllisch, diep zedelijk? Nooit weerklonk op de planken een triviaal woord; nooit werd een cynieke gedachte verkondigd, van aard de kuische, teergevoelige ooren van het publiek te kwetsen. (I)

De overdreven sentimenteel-overgevoelige melokunst en de rhetorikaal-bombastische romantiek zwaaiden hier den schepter...

De Tière trad op : een figuur als het zijne, een onbevreesde, ingrijpende durfal, was onmisbaar.

In het weekschrift Flandria trok hij hevig tegen dien toestand te velde en het deed ons waarlijk schokschouderen, toen een der jongeren het zich vroeger ontvallen liet, « waar men De 1 ière toch aantreft in den kamp tegen de kunstverkrachting in onze

(1) In een artikel, van de hand van De Tière verschenen, in "Schild en Vriend,, 26 Februari 1893, zegt hij o. a. over den toestand van ons tooneel in 1880: "het publiek was verwend, de critiek was verwend, de heele boel was verwend... "de dramafabrikanten maakten enkel stukken half en half; half droef,half vroohjk ; hier een traantje; daar, een lachje : grauw en blauw, zuur en zoet, het alles besloten door een einde, waarbij alles nog in de rechte plooi komt, of wanneer ze nog man genoeg waren en eens ruw durfden toegrijpen minstens eindigend met een wolkje, met een klein zuchije, doch een heel kleintje maar, uit vrees de gevoelige toeschouwers ie doen opschrmxen.