is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwburgen ? » — Thans staan er, voor dien kamp, honderd kranig in t gelid ; vijf en dertig jaar geleden stond De Tière gansch alleen, door niemand gerugsteund. Hij predikte in de woestijn.

Doch hij deed beter dan zijn pen te blijven versnijden voor polemiek; hij leverde het ééne stuk na het andere, durfde alle genre s aan, blijspel, drama, tot het symbolisch treurspel toe... Hij huldigde, en hierin juist ligt de bijzondere beteekenis van zijn optreden, de stelregels die Zola, in zijn Roman Expérimental voorgehouden had, als reactie tegen de valsche kunstregels van de romantiek:

«We moeten temgkeeren tot de bron van de moderne wetenschap en kunst, tot de studie van de natuur, tot de ont-leedleer van den mensch, tot de schildering van het leven ».

Wat De Tiere in zijne stukken beoogde was waarheid, werkelijkheid; hij schilderde werkelijk letten en levende werkelijk heid, naakt op de planken gebracht, zooals Prosper Verbaere (I) zegt, (( en quelques scènes largement traitées, pleines de couleur et de vie, rappelant les superbes coups de brosse et Ie coloris rutilant des maïtres peintres de 1'école flamande ».

De Tière brak dus volledig en onbevreesd af met den slenter; hij trad op als dichter, als schepper.

« Hij bekommerde zich niet om het verwend publiek, noch om verwende critici! Hij schiep waar hij te scheppen vond; hij ontleedde diep de karakters, gaf den mensch weer zooals hij was; en leidden zijne noodlottige handelingen tot gruwel, hij gaf het gruwelijke weer in al zijn kracht! » — « Het tooneel, zegt De Tière, moet de weerspiegeling zijn van 't leven. En wat men er ook over prate, het felschokkend, zelfs 't vertoon van 't onzedelijke, kan grooten zedelijken invloed bevatten ! »

(( De Tière vreesde niet te geweldig te schokken, wanneer hij aldus, tot loutering der karakters, tot verzedelijking van 't menschdom, dieper en meer zeker kon treffen ! De echte dichter schept niet, meent hij, voor het enkele individu, voor dezen of genen criticus; hij schept voor de algemeenheid. Hij schept niet om de menigte te streelen, maar wet om haar te stichten, haar hooger

(1) "Revue d'arl dramatique „ Octobre, 1901.