is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wikkelde in het jaar 1886 en zij dan niet verwonderd dat « een kreet van afgrijnzen opging onder het gewoon schouwburgpubliek ».

De oude tooneelschool was doodelijk gekwetst en de... jonge stond in vertwijfeling. Bestond er wel in der waarheid zooveel harteloosheid, zooveel zielsgemis of was dat Rouwkleed geen voortbrengsël van een ziekelijken geest ?

't Is waar, op het tooneel had men, tot dan toe, enkel het vrouwenhart ontleed gezien, blakend onder de hchttinten der liefde; maar de stormen, de verborgen orkanen die daarin laaien terwijl het gelaat onder een kalm-zaligen lach de driften dekt, kende men tot hiertoe niet.

Bij zooveel wreedheid stond het publiek vertwijfelend na te denken, en aan De Tière werd door een criticus gevraagd, of hij aan zijn onderwerp ernstig geloofde, of er waarlijk vrouwen als

Dora bestonden.

— <( Goede jongen, sprak hij, twijfelt ge? Kom morgen, ik zal u die vrouw wijzen. » —■ En de tooneelrecensent zag ze, lus tig en vroolijk, schoon en bekoorlijk, en ze sprak over haren echtgenoot, juist als over eene roos, in haren bloemhof verslenst...

De « Gazet van Gent » van 7 Januari 1886 schreef bi] de vertooning aldaar in den Minardschouwburg :

« De toeschouwers waren diep ontroerd; de bewerking van het stuk is goed; de gedachte is oorspronkelijk en de opvatting nieuw. Het is een verdienstelijk werk ».

Er kwam echter een « maar » bij en we halen dien zin met genoegen aan, omdat hij de weerspiegeling is, van de rond 1880 gangbare opvatting over de rol van den dramaschrijver .

« Jammer dat het onderwerp van het stuk wat aïl te treurig is, zoodat het een pijnlijken indruk teweeg brengt ».

We verwijzen den lezer ter herinnering naar een vorige bladzijde, waar we den toestand van ons Nationaal \ laamsch Tooneel van vóór 40 jaar trachtten te kenschetsen.

Van een gansch andere opvatting is « La Belgique Militaire » van 14 Maart 1897, die onder de naamletters J. V. M. (1) de vleiende beoordeeling schreef :

(1) Léon Chomé, leeraar in letterkunde bij de Krijgsschool, te Brussel.