is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Tière teekent ons op het tooneel een grolpottype, fijntjes door hem afgekeken. Dat onmogelijk, droef en zuur mensch is zwartziend van humeur, vergalt het leven van al zijn familieleden alsook van al deze, die van dicht of van bij, met hem in betrekking zijn. Zoo slecht is hij, dat zelfs een arme papegaai zijn kuren moet verdragen die, — kan het anders, — welhaast al de hoedanigheden van zijn meester heeft overgenomen. Treurig gevolg : zelfs tijdens de afwezigheid dus van den zuurbijter, zijn de huisgenooten tegen geknor en gegrol niet gevrijwaard. Een « gelukkige » samenloop van « ongelukken » brengt den droeven held echter tot andere gevoelens, uiterlijk althans! Getemd is hij, oc innerlijk blijft hij koud-onverschilig voor de blijken van vriendschap en genegenheid te zijnen opzichte.

Och ja, die stof is niet zoo heel nieuw; wat kan immers nog nieuw zijn ? — doch de wijze van bewerking is nieuw, in dien zin dat het een schets is uit het werkelijke leven, uitgediept en zonder overdrijving op het tooneel gebracht en tot het einde goed

volgehouden. •

Daarenboven straalt er uit het stuk een goeae zedeles. Aldus moet theater verstaan worden, meende het Journal de Bruxelles:

« II ne suffit pas d'y peindre les passions humaines, les moeurs et les travers d'une époque; le théatre, puisqu il est, et que les pouvoirs publics le soutiennent, ne peut pas etre un instrument de perturbation sociale, une école de demora' isation. 11 doit elasser, amuser et charmer; il doit aussi enseigner, cmliser et mo-

raliser ^

C'est ce qu'a oompris dans cette nouvelle création 1 auteur

du Grolpot. 11 pari'.e au coeur du peuple; son art est digne et serieux et il n'en a pas moins de charme. (1).

XVIII.

In 1891 schreef de Koninklijke tooneelmaatschappij « De Morgenstar » van Brussel, waarvan de Graaf van Vlaanderen Eerevoorzitter was, een wedstrijd uit, ter herinnermg aan het bezoek door den betreurden Kroonprins Boudewijn op 28 üctober 1890 aan den Vlaamschen Schouwburg gebracht.

Niet minder dan 14 stukken werden aan den keurraad onder-

(1) 13 octobre 1891.