is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hevig. Gemelde jongere heeren der pers begonnen luidop te lachen. Rumoer, 't Was uit met de aandacht en 't bedrijf eindigde bij zwak handgeklap.

Wij geven nu de studie van julius Hart over Een Spiegel, en vertalen zoo letterlijk mogelijk, den lezer latende oordeelen over het al of niet juiste der beschouwingen, onze letterkunde betreffende :

« Om het bescheiden, goede Vlaamsche kind. dat in het Thomastheater voor het lampenl icht verscheen, heb ik enkele malen leed gehad. Wat wilde dat brave meisje met de gezondroede wangen, de bi co te voeten, het roode onderrokje tusschen de (( Premièrenfeek&en » onzer Theaters ? Welke kennissen dacht zij in de bankierssalons der Tiergartenstrasse aar; te treffen ? Welk gedacht vormde zij zich van de mannetjes, die bij ons, in Beriijn, over een theaterbijval beslissen ? Het 'literarische aan kunstdoende en financieele parvemidom, dat hier in hec theater den toon aangeeft — hoe kan het anders dan vreemd opzien, bij heur eenvoudig kleed en trouwhartige haarfrizuur ?

« Men steekt zich toch, bij het eten. het mes niet in derf mond ! » Deze angstkreet eener Lindausche heldin klinkt mij in het oor, als ik er aan denk, dat men het Vlaamsch schouwspel, Een Spiegel van Nestor De Tière, in een Berlmer Theater diirfde opvoeren. Een Spiegel behoort in een Volkstheater thuis.

Doch, bezitten wij een volkstheater ? En vooral hebben wij een publiek daartoe ? Dergelijk stuk wil door fatsoenlijke, eerbare burgerslieden gezien zijn, maar niet door diegenen, die ondeT den giftboom der Beurze, groot geworden zijn, en gedurig met de handen in de zakken van anderen zitten...

« Wie den dichter wil verstaan moet in het land des dichters gaan... n In Parijs neemt men het aan, dat eene aristocratische menigte uitspraak doe over een tooneelgewrocht, maar in het land van Nestor De Tière geldt dat niet.

« Wij, Duitschers, hebben gewis alle redenen om de \ laamsche literatuurbeweging, om welke wij ons zoo weinig bekommeren, vol innigste deelneming te volgen. De onafgebroken, ernstige kamp, dien, in onze nabijheid, een kleine volksstam voor het behoud van zijn Nederduitsche sprake voert, dienden wij te steunen zoovee1 als maar mogelijk. Niettemin blijven wij echte gewetensvolle esthetiekers, en vragen immer eerst en vooral : « Hoe stelt gij het met de kunst ? » en wij laten ons, ki ons critiekgeweten, door geen sentimentaliteiten treffen.

u En aldus zou ik graag bereid zijn. op het gevaar af daarmee de Duitsche natie een verbitterden tegenstander aan te doen, Nestor De Tière, gelijk eenige mijner collega's, een stumperd,