is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoekjes van hei land doordrong, en overal een gevoel van afgrijzen en pijnlijke verontwaardiging verwekte.

Het zaad van een nieuw tooneelgewrccht was van dan af ter kieming in het zoo vruchtbaar scheppend en dichterlijk brein van onzen Vlaamschan dramaturg, Nestor De 1 ière, gelegd, en zou er weldra tot ontluiking en tot rijpheid komen.

Roze Kate werd geboren!... Z.ij zag het licht in October i893. Dit beroemd treurspel werd, met Julia Cuypers in de titelrol, te Brussel voor het eerst opgevoerd. De bespreking ervan deed de wassende faam van Nestor De 1 iere weldra tot in het nederigste dorpje toe, doordringen en schonk hem de roemvolste beoordeelingen en roerendste eerbetuigingen.

En geen wonder! Het gold hier immers geen gewoon, alledaagsch drama, maar wel een echt oo//jsstuk, een aangrijpende, diepschokkende volkstragedie van allereerste gehalte, die thans nog het successtuk uitmaakt van onze nationale schouwburgen te Brussel, Antwerpen, Gent. van de twee eerste vooral.

Roze Kate bleef destijds vier maand lang op de affiche m Engeland en werd er in de voornaamste steden opgevoerd in een vertaling van Wilson Barett, die het stuk The sledge hammer heette. Honderden malen kwam Roze Kate voor het voetlicht in Nederland en schuddé aldaar de Hollanders uit hun schijn-koudheid. Ze juichten hartstochtelijk toe, zooals zij het voorheen nooit deden. Het Brusselsche Alhambra lokte volle zalen met de Fransche omzetting van j. Verbeeck en Mathy... Neen, moeilijk zou een stuk kunnen aangewezen worden, welk op den schitterenden bijval van Roze Kate mag bogen : in October 1910 te Antwerpen n.L, mocht het inderdaad, na een spanne tijds van 16 jaar, zijn 1000e opvoering beleven. Dit is genoeg om den nooit volprezen roem van dit merkwaardig treurspel in enkele woordten te kenschetsen !

Een bijzonder aantrekkelijk stuk mag Roze Kate dus wel heeten ! Luister en oordeel!

Matheus Dirix, smid en landbouwer, heeft drie zoons, Everaert. Jakob en Simon, deze laatsten tweelingbroeders. De Dirixen behooren tot een oud en taai ras, rijk en vrekkig, dat van vader tot zoon slaaft om het erfdeel der familie ongeschonden te bewaren- zelfs aanhoudend te vergroot en, te vermeerderen.