is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevallige krulletjes, die de schrijver er behendig rond trok. In de stof ze!ve zocht De Tière nu toch ook zijn verdiensten niet te leggen: hij beoogde een nieuwigheid met «den vorm». Hij schrijft overigens zelf in de inleiding van zijn stukje :

(( Pietje is een comedie in verzen - in volksverzen, d.i. in t bereik van ons weinig literarisch ontwikkeld tooneelpubliek.

In deze comedie veranderen de verzen gedurig van vorm, wisselen gemengde verssoorten steeds af; de sprake wint aldus aan levendigheid, aan kleur.

De struikelsteen der tooneeltaal is natuurlijkheid in de uitdrukking, het nabijkomen van levenswaarheid in 't woord. Wanneer nu a! de gedachten, al de gevoelsgewaarwordingen hunnen uitweg vinden in een eenigen en zelfden versvorm of verssoort, dan ontstaat eene eentonigheid, die zelfs bij lezing, reeds niet aangenaam is en bij tooneelvertolking ■— hoe goed de spelers dergelijke verzen kunnen zeggen — het oor vervelend aandoet!

Gold het een strengere comedie, ofwel een drama, de verzen, ofschoon afwisselend, dienden van gansch anderen aard te wezen, 't Zal overbodig zijn daarop te drukken. »

Werd De Tière in zijn nieuwe poging begrepen en gewaardeerd ? We meenen wel ja, te oordeelen naar den bijval, dien het stukje bekwam bij de vertolking en naar de loffelijke uitingen van de Fransch-Belgische pers zoowel als van de VlaamschBelgische.

XXIV

Het laatste werk, uit de Teeks stukken, die De Tière voor het gesproken tooneel leverde, heet EEN MISDADIGE en werd in September 18%, te Brussel voor de eerste maal opgevoerd, met Mevrouw Smith-Grader in de titelrol.

Dit stuk brengt ons aanschouwelijk onder het oog de betreurenswaardige en onherstelbare onheilen, welke jonge lichthoofden, zonder liefde en zonder huwelijksinzichten, soms weten te stichten bij een meisje, dat hen liefheeft en vertrouwt; het toont ons, hoe zij onbezonnen weg haar zwak hoofd op hol brengen en haar in dat oogenblik van onbewuste zwakheid, gewetenloos verleiden en onteeren, om ze daarna lafhartig te verstooten, zonder niet eens te beseffen, dat zij eene onuitwischbare vlek op het meisje en de schande op hare familie werpen.

De Tière betitelt het stuk : de lijdensgeschiedenis van eene