is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tooneeltjes heeft De Tière den echten en waren, natuurlijken toon weten aan te slaan : de onderwerpen zijn ontleend aan de kinderwereld en vallen aldus binnen 't bereik van het kleine schoolvolkje; de gebruikte vorm is eenvoudig, naïef, ongekunsteld als het kindermondje zelf is. Schilderachtige tafereeltjes, geestige spelen, eigenaardige-frissche smakelijke liederen,volgen elkander op en streelen oog en oor van 't begin tot het einde.

Het eigenaardig standpunt waarop De Tière zich stelt in deze tooneeltjes, legt hij bloot in de inleiding tot zijn bundel. Die handelwijze volgde hij meer. We schrijven af :

« Kleine kinders, kieine woorden, kleine muziek moet hierbij de richtsnoer zijn.

Men legt al te vaak de kiinders, — dreumesjes van vijf tot tien jaar, voor wie tconeelen als deze toegedicht zijn, — woorden in den mond waarvan zij niet het minste begrip hebben. Tooneel vereischt, in allen vorm, natuurtrouwe waarheid, en als de woorden dan nog in statige «mooie» verzen, denkbeelden terug geven, die gansch buiten het bereik liggen van jonge kopjes, dan wordt het iets van be'ang : 't is de dichter die spreekt en niet de kinders ! Net of de dichter voor zichzelf spreekt en niets met de kinders te maken heeft!

We hebben getracht in de Lyrische Kindertooneelen zooveel mogelijk ongekunsteld te zijn, de wending der kindertaal nabij te komen. »

Een kranige kerel, die De Tière, zeg ik eens ie meer! Alle genres durft hij aan, en voer ieder mogelijk te bewandelen baan, breekt hij stoutweg met de oude traditie af, om oorspronkelijknieuw, andere richtingen aan te wijzen, d e leiden naar gezonde kunst, naar waarheid, — en, dit voor den schrijver,—naar bijval en waardeering.

We vragen het dringend, dat de familieleden van den betreurden schrijver niet zouden talmen met de uitvoeringVan 's dichters voornemen om de Lyrische Kindertooneelen aan den druk over te geven. Die verschijning, meenen we, zal een openbaring zijn. We zijn overtuigd dat ze menig componist zullen bekoren en nog meer de schoolhoofden, die, als de lastige periode van de prijsuitreikingen is aangebroken, niet met angstig gemoed de vraag zullen moeten stellen : op welk stukje zal ik ditmaal de hand weeral kunnen leggen, dat gemakkelijk valt aan mijn dreumesen aan te leeren en in korten tijd diiets te maken!