is toegevoegd aan uw favorieten.

Nestor de Tière, de baanbreker van het realisme op het Vlaamsch tooneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van De Tière kunnen onze jongeren leeren: tooneeibouw. tooneeltechniek, tooneeltaal...»

Niet minder gunstig beoordeelde H. Coopman, 1 hzn., (I) in « Théatra » 1909, de werken van onzen gevierden tooneelschrij-

ver:

« Les pièces de De 1 ïere sont baties par un maitre ma^on, solides de charpentes, bien assises et bien dressées.

De Tière est un peintre qui ebauche largement, a pleine brosse, de grandes toiles. Son paysage exact, clair et vivant, sert de repoussoir a ses personnages tailles d une piece, campes solidement, avec leurs traits propres, leurs tics, leurs manies, leur parler, leurs gestes, leurs vices et leurs défauts. lis ne font pas de petites manières, ni de grands gestes, pas de grandes phrases vides et ronflantes. Ils s'agitent dans 1'atmosphère qui leur convient. Impulsifs, passionnes, ils luttent, luttent, tombent comme des êtres en nature, lis ne sont pas malades, peis neurasthéniques: ils aiment, se battent, tuent, se grisent comme de vrais terriens.»

In hun merkwaardige « Geschiedenis van de Vlaamsche Letterkunde van het jaar 1830 tot heden », blz. 370 en 371, duidden Coopman en Scharpé in tee!;enende woorden, de plaats van De Tière aan in de Vlaamsche tooneelliteratuur. Wij onderlijnen zelf de laatste aliena:

« Hij wist zijn eigen weg te kiezen en zonder struikelen te volgen. Wat Gittens voor het historisch drama was, zou De Tière voor het gewoon drama worden. Hij is de baanbreker geweest eener nieuwe richting. Hij streefde naar eenvoud en natuurlijkheid. Zijne taal klopt. « De tooneeltaal, zegt hij ergens, weze een kunstvolle kernachtige, die alles solied schetst en vol actie is en boeit. Geen phrase.» Hoe meer hij tot het realisme overgaat, des

[1] Hendrik Coopman, zoon van Theophiel (1852-1915), den dichter van Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief, die zijn eigen zoon ook zóó lief gehad heeft, dat hij er een Vlaming van maakte. — Geboren te Elsene in 1876 ; als vertaler in betrekking aan het Ministerie van Justicie, ie Brussel. In de eerste plaats : één journalist. Gaf uit, als letterkundig werk, de bundels Jeugd (1900), Geen Novellen (1910). Studies en losse Bladen (1913). Een studie over Edmond Roeland en Piet van Assche (1912) verdient hier vermeld te worden. Schreef met Hendrik jacobs jo. pseudoniem: " Rie en Rick „ : De Borstspeld, Blijspel in een bedrijf. 1® uitg. 1897, 2e uitg. 1913. Met Désiré Claeys : Een Koningsschot, blijspel in drie bedrijven (1914); hiervan bestaat eene onuitgegeven omwerking, m. n. Als de liefde bijt.... Ook nog: eene humoristische schets : Alles voor de partij (1917), en Stoops fecit... een tooneelspel in 3 bedrijven, bekroond in den tweeden tooneelprijskamp uitgeschreven door Gust Janssens, te Antwerpen in 1917-1918.

Bij Maurits Sabbe, Lode Baêkelmans, Emmanuel de Bom e. a. zult gij zinnen van waardeering en sympathie over hem en zijn werk vinden. Hij zelf heeft overigens zijn laatste woord nog niet gezegd.