is toegevoegd aan uw favorieten.

Iets over Oud-Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grafheuvels, terwijl zij buiten de Nieuwpoort hun godshuis hadden, waarschijnlijk ter plaatse waar nu nog hun groote Këlëntèng staat, - uiteraard ten spijt van menig ijverig predikant, die tegen deze „afgoderije" toornde: de Indische Regeering was intusschen verdraagzaam.

Bij het Chineesch kerkhof —dus buiten de stad — woonden de Javanen, Amboneezen e. a. in eigen kampongs; de Comp heeft hen nimmer geheel vertrouwd, en buitenaf hield men dit volkje naar hun naties afgescheiden om gekrakeel te voorkomen. Boegineezen, Makassaren. Timoreezen, Baliërs, het konden roerige elementen zijn, maar nuttig waren zij bij de talrijke oorlogen, welke de Comp. had te voeren - wij zijn nu immers in den tijd van Speelman's Java-oorlog. van den Hantam-krijg waarin de Amboneesche kapitein Jonker zich onderscheidde, en waarin al verder kleine expedities plaats vonden naar de bovenlanden, waar de Bantammer onder de Preangerbevolking huishield en in het Krawangsche den landzaat terroriseerde. Sommige Inlandsche officieren hadden woningen binnen de stadsmuren, doch het eigenlijke volk werd geweerd, en dit is den Comp. tijd vrij wel altijd zoo gebleven. _

Om Batavia was het veilig geworden dank zij de in een wijden kring om de stad gelegen buitenfortjes, welke de stroopende en slaven weglokkende Bantammers op een afstand hielden. Oostelijk leidde een vaart met links en rechts daarlangs gerooide klappertuinen naar de schans Antjol. Westwaarts straalde van de stad uit een weg langs de doorgetrokken Bacherachtsgracht over Vijfhoek naar Angke, en Zuidoostwaarts een andere, waarlangs men over het fortje Jacatra bij de Tjiliwoeng den Zuiderweg kon bereiken met het daaraan gelegen land van Van Hoorn en diens fraaie hofstede, en verderop nog de redoute Noordwijk of zelfs de veldschans Meester-Cornelis. Van Noordwijk, welk fortje moet hebben gelegen aan de westzijde van de rivier bij de tegenwoordige Sluisbrug ongeveer, boog de Ijihwoeng langs de nieuwe doorgraving 1) westelijk af naar het Molenvliet, dat gegraven was voor den afvoer van brand- en timmerhout naar de stad, die heel wat van dien aard noodig had.

I nsch stroomde toen nog het rivierwater uit de destijds nog weinig ontwoude streken van het binnenland de Zuider-voorstad binnen bij de Waterplaats aan het Molenvliet 2) het tegenwoordige Glodok - waar

1) Volgens Nieuhof in 1G59

2) In 1679 werd hier zelfs een waseUbleekerij vanwege de Comp. gedreven.