is toegevoegd aan uw favorieten.

Iets over Oud-Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor hen wat te doen, zijn chef Colmond zeggen: „ei, mijn waarde Van Hogendorp, wees toch zoo gek niet om je om zulke dingen te bekommeren; trek maar zooveel uit de Compagnie als je er van halen kunt en laat ze maar crepeeren. Je zal de boel toch nooit in orde krijgen en je kunt het geld gemakkelijker verdienen. De wachtmeester brengt

het je elke maand".

Voortvarend en eerzuchtig ging Van Hogendorp, die inmiddels met een rijk meisje van Batavia, twaalfjarige dochter van den landbezitter, tevens vice-president van Schepenen Bartlo was getrouwd, over in den burgerlijken dienst. Werd eerst te Patna bij de Compagniesfactorij aldaar

chef de inkomsten vielen daar leelijk tegen; daarna administrateur

van de werf te Onrust — een winstgevende betrekking; daarna resident te Japara, waar hij met zijn heerendienstplichtigen op het land Soembring houtzaagmolens en suiker- alsook indigo-cultuur dreef. Werd te Soerabaja Gezaghebber van den Oosthoek, in verband waarmede hij het tegenwoordige residentshuis te Simpang bouwde en tevens diep in eigen cultuurbedrijf, salpeterwinning en koopvaart zat; — maar hier critiseerde hij zóó vinnig, dat hij niet alleen zijn béte noire, Siberg en diens aanhang op Batavia wakker schudde, maar dat hij die partij zóó tegen zich in nam dat die op haar beurt aan het zoeken ging; Dirk werd van allerlei o. a. misbruik van heerendienstplichtigen aangeklaagd, werd in arrest gesteld, te Tangerang op het fortje opgeborgen, maar ontkwam daaruit, ook al wijl de Gouverneur-Generaal Van Overstraten een oog look; zeilde over Benkoelen en Britsch-Indië naar Patria waarheen zijn vrouw en kind hem volgden (1798). Maar met zijn Soerabajasche ondernemingen liep het slecht af en van de twee naar Mauritius gecharterde schepen werd één buitgemaakt, terwijl hij het geld van de lading in het andere schip nooit zag; hij mocht blij zijn met een f 30.000 en de juweelen van zijn vrouw in Holland te zitten.

Van Hogendorp's hervormingsideeën — hij had er, zei Byvanck eens, evenveel als hij schulden had — werden opgenomen in den baaierd van de nu in Holland volgende jarenlange discussies over het Indisch beleid, en bij slot van rekening werd hij Napoleontisch generaal, door zijn Meester op diens sterfbed nog met een legaat bedacht, maar Indiü heeft hij niet wedergezien, hij stierf als uitgewekene in een soort van landelijke eenzaamheid in Brazilië.