is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wreed is de liefde, mooi en wreed,

een tergende gloed, een rijzig leed,

een rots waar een krater kreunt en brandt een vuurlucht over een zomerland,

de liefde is een tijger, wreed en mooi,

een tijgerwelp "

(een tijgenvelp dus maar! Hoe belachelijk maakt gij daar uw wreede liefde, dr. H. W. Ph. E.! Helaas! bleef het maar bij dit stoeiend tijgerwelp jen!)

„een tijgerwelp, die stoeit met z'n prooi.

Ze is een geïncrusteerde kling

en graaft door het zachte vleesch — een ding,

een wonderding is de liefde, ik heb

ze gevoeld als een spin in een vangend web,

als een sabbat van uitgelatenheid,

als een klagende, vlagende vuremijt,

een oorlog van wilde, heete terreur,

in een oude kerk een devoot gebeur

van kind'ren die wandlen met bloemguirlanden,

de liefde is een wolk over waereldlanden,

liefde is God en liefde is fel

als de duivel in reeg'nende zwavelhel". fBlz 10).

In deze heel erg diep en hevig bedoelde lyriek is, dunkt mij, geenerlei schoonheid. Het is even rauw van klank als ranzig van gevoel.

Wilt ge nog een voorbeeld van deze quasi-mystiek in de bonte en teugellooze beelden-bombast, die ook zijn „Gekleurde Wolken" kenmerkte?

„M'n ziel is als een vuurberg, binnen broedt de vlam en teert de Godsvermaledijden,

daar gieren vrouwen die heur hoofden vlijden in ontuchts peul, en Sodoms passie woedt,