is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trant waarborgt, dat wij onszelf, ook in dien wakkeren toestand, kunnen blijven respecteeren.

Ja, om dat ongelukkige „veege lijf" is, de eeuwen der historie door, al heel wat te doen geweest, — en het is dan ook volstrekt niet verwonderlijk, dat in 1017 (zonder jaartal) een schrijfgrage jongeling er bij P N van Kampen nog eens een lijvigen roman over verschijnen deed; - het veege lijf, dat zooveel onheil sticht, vooral wanneer het de (toch niet geheel versmaadbare) eigenschap heeft van nogal aardig of welgemaakt te zijn uitgevallen Heeft al niet Anto-

nius zich overhoop gestoken voor de overschoone Cleopatra, die zich het veege lijf door een giftigen adder verderven het? En hoevelen na Romeo en Julia boetten niet hun jeugdigen hartstocht met een even jongen dood ? En waarom zou dan de mooie, malsche 1 ruus van den fabrieksopzichter Arends niet insgelijks een aantal wat al te ontvankelijke mannen-gemoederen, binnen ook hun veege lijven, tot wanhoop voeren, en die veege lijven zelve ten onvermijdelijken ondergang?

Maar het wordt de arme Truus wel héél moeilijk

gemaakt. Als zij den naïef-aandringengen Andnes,

met wien ze, sinds haar vijftiende, wel zoo ereis „liep , en die ééns hun beider namen binnen een veelzeggend leeg hart in den geduldigen molenwand sneed, later blijkt niet te willen trouwen, — dan raakt die, zoo maar pardoes, aan den drank. Als zij het theosofisch dichtertje, dat haar ziekelijk en wat mystiek aangelegde zuster Geesje altijd ziels-gezelschap houdt, eens wat toeschietelijk behandelt, wordt die aanstonds doodelijk van het „veege lijf", wil dadelijk avondwandelingen, zoenen in den hals en een formeel engagement. Hij was zóó theosofisch-zeker, Truus was

het" meisje, onontbeerlijk voor zijn geluk, dat die overrompeld en, nu ja, wel een beetje coquet, hem eerst aanneemt, om dan al gauw weer een zwen-