is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zelden een al te willekeurige; van een willekeurigheid, die nu eens losbandig, dan weer eerder slonzig lijkt. Doch ten leste vindt men er losheden in, die men niet langer willekeurigheden kan noemen, losheden, die naar eigen wetten schijnen uiteen te drijven, vlossige vlokken van woordvormen en zwevende constructies, die u doen vragen: is dit nu taal-in-ontbinding, is het laakbaar decadentisme, dat artistiek doet door het zich zoo gemakkelijk mogeüjk te maken en alle stelligheden, toebehoorende aan het Nederlandsch idioom, weg te werpen, — of wel, is het embryonaire taal, is het taal-in-wording?

Het schijnt mij toe, dat de eene taaisoort zoowel als de andere in deze gedichten aangetroffen wordt, en dit ongeveer over — respectievelijk — twee groepen van verzen, waarvan men de eerste: naturalisme-oprijm zou kunnen noemen, de tweede: uit diepe wortels opbloeiende, van een cosmischen adem doorwaaide

P Een taal-in-ontbinding gaven meerdere naturalistische beschrijvers uit de school van den Nieuwen Gids te zien, wanneer zij bij het impressionistisch neerkwakken van vuile armoe-tafereelen meenden, hun taal kon nooit knoeierig en verrafeld genoeg zijn. — Na hun smakeloos copieeren, hoe artistiek het ook heette, waren de breede herscheppingen van het volksleven, gelijk Querido er bracht, een groote vooruitgang. Toch had nog langen tijd, tot in zijn eersten Jordaan toe, ook deze neo-romanticus in zijn zwaar-bewogen proza het ontbindend element, dat de taal om zoo te zeggen murw sloeg, ten einde ze williger te maken voor zijn boetseerende hand.

Een taal-in-wording daarentegen schreef een zoo bij uitstek cosmisch voelend dichter als Herman Gorter, die de taal in haar meest primitieve wezen ervoer en even argeloos en teugelloos zijn verzen uitstortte, gelijk een man liefheeft, die van liefde verdwaasd is. -