is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen voor het Roomsche gelóóf, maar zelfs voor den welmeenenden Roomschen dorpsgeestelijke, — schoon zij lijdelijk er toe meêwerken, dat de arbeider zich niet opheft uit zijn onmenschwaardig bestaan.

Er is, ten tweede, in bijna elk dier slavernij verzen, een soms sterkere, soms zwakkere poging tot compositie; hetzij in den vorm van een organisch zich ontwikkelenden strophenbouw, die het bloote ellendeschetsje-op-rijm tot een gedicht met eenigen gang, en zelfs met een climax verheft; hetzij door een ver-dieping van het enkele geval, tot een meer algemeen inzicht in de trieste geschiedenis of in het misvormde leven dezer verdoolde menschheid.

Zulk een inzicht wil bijv. geven diezelfde „Lompensorteerster", die zoo lamentabel aanving. Enkele groote bijbel-momenten: Adam, die Eva uit zich geboren ziet, — Mozes op den Horeb, — Jezus in Getsemané. — en de heidensche zon die opgaat, worden beurtelings, niet al te mooi, getoond.... Voor de lompensorteerster echter reduceert zich alles tot lompen, lompen, lompen. Maar dan komt naïevelijk het socialisme, en dat „spoelt" alle lompen.... Spoelt ze weg, bedoelt denkelijk de dichter, en wij nemen de bedoeling voor lief; ofschoon het wel eens zóó zou kunnen uitkomen, dat Van Collem hier onbewust een diepzinniger waarheid schreef, en dat het socialisme inderdaad onze lompen zal „spoelen", en niet meer; de lompen der menschelijke natuur, — die blijft. Intusschen, men waardeert de compositie-poging, hoewel het resultaat heel wat feller en schooner hadde gekund.

In „De Koperling", bij nog altijd eenzelfde verslonsde taal, is de ineenzetting veel sterker.

„In deze tent, wij zullen u vertoonen De moeder van de menschheid, zoekend rijst; Haar oude tastend handje weg aanwijst. Een koperling komt om de twee uur loonen."