is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven de — helaas te lange — passage van de wijde rotskloof met de klagende bosch-uiltjes.

Maar Buysse is ook een groot humorist, en een kostelijk intermezzo is het hoofdstuk der Duitsche krijgsgevangenen, in die landstreek, waar men de è als é uitspreekt, en van het dwingende jongetje, dat „lééé Boches" wilde zien en maar niet gelooven •wou, dat zij niets anders waren dan die gewone mannen achter het prikkeldraad, 't Doet me denken aan hoe ik-zelf, zes jaar oud, ontgoocheld werd door een socialisten-optocht in Den Haag.... ik had mij bij dat woord-der-verschrikking „de socialen" vervaarlijke wilden gedacht met helsche Turksche trommen en moorddadige krissen en dolken!

Na een kort oponthoud te Parijs, — Parijs-in-oorlogstijd, het Parijs, niet der vreemdelingen en der boulevards, maar het schoon Parijs van het Fransche volk — vertrekt hij naar het front. En weer die tegenstelling op de langzame spoorreis: de opgewekte ernst van het Fransche leger, de uitgelaten sportstemming in het Engelsche.

„Wat 'nlustige, vroolijke kerels! Is die vreeselijke oorlog nu werkelijk niets anders dan een dol-prettige sport-partij voor hen ? Men zou het heusch gaan denken. Een spel, een opwekkende excursie, een „campingzomervacantie" in een heerlijke streek. Hier is het cricket, daar is het football, ginds is het jachtrit, voor louter plezier. Zijn ze moe of warm, daar biedt de openstaande tent een gemakkelijke rieten stoel en frissche schaduw; wenschen ze een bad te nemen, flaar staat de „tub" tegen het zeildoek; hebben ze honger, dorst, daar stoomen de veldkeukens en lachen de „cantines". De hooge vliegers zweven in de lucht, maar 't schijnt alleen voor het genot, dat ze zoo spele-vliegen; en de ontelbare auto s die heen en weer razen, beladen met manschappen, beladen met voorraden, lijken wel niet anders dan de vlugge