is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KINDEKEN JEZUS IN VLAANDEREN.x)

Het is ten allen tijde een behoefte van den mensch geweest, zich een God te scheppen, d. w. z. aan de aanwezig gevoelde eeuwige bronwel achter de tijdelijke dingen een zichtbaren vorm te geven, en (hoe kan het anders?) zich dien God te scheppen naar het eigen — menschelijk — beeld.

De Goden der ouden, al naar den aard der volken die hen schiepen, waren wraakzuchtig of impassiebel, rechtvaardig of wispelturig, ascetisch of smakelijkzondig; en alle die zeer menschelijke eigenschappen hadden zij — daarin bestond hun Goddelijkheid in bovenmenschelijke macht en mate.

Doch in vele tijden ook, en juist in die, dat de werkelijke vroomheid groot was; dat de aandachtigen, in stille ontroering, achter hun dagelijksche leven, de eeuwige levens-wateren ruischen hoorden, ontstond een tweede en zoeter harts-behoefte, de al te ver buiten en boven zich gestelde Godheid in de innigheid van hun leven binnen te halen, tot meerdere vertrouwelijkheid met het Heilige, en tot meerder heiliging van het dagelijksch-vertrouwde.

Wel diep echter en argeloos moet de vroomheid zijn, die de verdagelijksching van het Goddelijke dragen kan, en niet gestoord wordt door de tegenstrijdigheden, de lief-lachwekkende botsingen ook, die de nederdaling van het eeuwige in het tijdelijke noodwendig met zich brengt.

i) Het kindeken Jezus in Vlaanderen", door Felix Timmermans. (P. N. van Kampen & Zoon.)