is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven staan en had met de laarzen naar de hoogte gewezen. „Wat hê ik je nou gezeid," had hij gezegd, „zie je 't nou, daar heeft ie nou gewoond; zie je die steen, die heift ie zelf veroverd en binnen hebben ze alles bewaard van hem, zijn broek en zijn waterlaarzen en op die stoep stond ie naar de vloot te praaien as ie die in de haven had geleid, wat hè 'k je nou gezeid?"

Ik eindig met dezelfde vraag als de jongen met de sproeten en de „rooie" haren. Hollandsch is dit werk, als misschien alleen Hildebrand het was. En zóózeer is een fragment, als dit, onbewust, één met Hildebrand's wezen, dat een fijn gehoor, onder het lezen, meermalen reeds de accenten van Hildebrand's stijl had vernomen. En zijn de allerbeste fragmenten uit de Camera misschien nog fijner van geest, Van i/ooy's Jaapje heeft daartegenover het groote voordeel, dat men het niet heeft los te pellen uit dikke lagen van gezedepreek, en dat het, zóóals het daar is, één heerlijk stuk Hollandsch leven is.