is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een oer-gezonde boom, stevig geworteld in een aarde vol vruchtbaarheid.

Rumoerig al is de opdracht van het boekje: „Aan Stijn Streuvels, den prachtigen mensch en dichter; aan Eeo Simons, den koenen schrijver en doener; aan beiden, als een getuigenis van mijn vaste trouw en beproefde vriendschap, deze stevige handdruk." — Was die opdracht van een Hollandsch auteur, men zou dien „prachtigen mensch" algauw vleierij achten en vreezen, dat de toegesprokene er weinig mee zou zijn gecoiffeerd; een Hollandsch auteur zou ook vreeselijk bang wezen, er op te worden aangezien, dat hij zijn boek aan zijn uitgever opdroeg, ook al was die uitgever zijn beste vriend; en iedere Hollandsche lezer weer, zou van een Hollandschen auteur vinden, dat die de beoordeeling van zijn trouw en vriendschap maar liever aan zijn vrienden moest overlaten, dan zelf de waardij daarvan zoo „stevig" vast te leggen. Want, nietwaar, wij zijn allemaal zulke ijsselijk waardige en fijngevoelige, kiesche en omzichtige menschen, dat wij de zuiverheid van elkanders hart geen seconde vertrouwen. Maar zie nu zulk een Vlaming eens! Een man van groote eruditie en veelzijdige bekwaamheid, maar die tevens argeloos en gul is gebleven als een kind; een man, wien de waarheid zóó vanzelfsprekend lijkt, dat hij, in dezen zwaren tijd het boekjeverzendend, waarin zijn groot vertrouwen op de toekomst is neergelegd, niet aan de vooronderstelbaarheid van bijgedachten denkt, als hij daarbij de behoefte gevoelt aan een stoere, warme hartelijkheid voor zijn vrienden-medestanders, nóch op den inval komt er zich ongerust over te maken, of die hartelijkheid ook soms, bij dezen of genen neetoor, voor misverstand mocht vatbaar zijn.

Heerlijke kerels, die niet alleen van uw vaste trouw en beproefde vriendschap voor uzelf overtuigd zijt, doch er ook van spreekt — waarom niet? — alsof daar niets bizonders èan was.

11