is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een heden, de hoop op een toekomst. Hij was

voor hen de lavende dronk na den arbeid, Hij

was méér nog: hij was de Liefde, die hen allen' omvatte en begreep". — En als voorbeeld van Conscien's echten eenvoud geeft hij (naar aanleiding van de massa ridderordes, die de beminnelijke verteller bezat) dit fijne trekje: „Hebt gij in de Consciencetentoonstelling zijn inktpot al eens goed bekeken, dien inktpot van 5 centen, waar een 50-tal romans uit zouden gehaald zijn? In het zand van het bakje, vóór den inktpot, zult gij een klein rood lintje bemerken: daar veegde Conscience zijn pennen zorgvuldig aan af. Goede Conscience, dat lintje in uw inktpot — of bedrieg ik me? — bewijst me, dat ge niet alleen argeloos en onschuldig, maar ook een wijsgeer en een practisch mensch waart: van alles, van het nietigst voorwerp, wist gij iets nuttigs te maken."

En nu volgt de breede rij der nog levende of gestorvene, levende Vlamingen: Peter Banoit, Max Rooses, Guido Gezelle, Hugo Verriest, Albrecht Rodenbach. Aan haast allen heeft hij de persoonlijke herinneringen: een lezing vaak, een bezoek, indien niet, als bij de jongeren, jarenlangen vriendschappelijken omgang, die een fijn en verrassend licht om de figuren doen spelen, als zagen wij hen voor het eerst, of nooit althands zoo van nabij. I^ees bijv. eens de bladzijden 69 en 70, over den pastoor van Ingoyghem; dat is bewondering en liefde, vol fijn onderscheiden en evenwicht.

Maar boeiender nog wordt het boekje, waar het van De Boms tijd- en bent-genooten spreken gaat. Met al^ de groote kerels immers, uit „Van Nu en Straks" voortgekomen, is hij opgegroeid: August Vermeylen, Stijn Streuvels, Karei van de Woestijne, om figuren als Prosper van L/angendonck en Alfred Hegenscheidt te laten op het tweede plan,