is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al het moeitevolle inwendig schouwen en heel de spanning van de zielekrachten verwerven zwaar, wat Liefde spelend ') wint;

daarom moet men op haar uitvloeiing bouwen, het nieuwe rijk, en de taak der gedachte

is dat Zij alle poorten open vindt."

* *

*

Nog het ik slechts enkele oogenblikken vermoedert den diepsten toon van dit werk, de zachte en zware bas, die aan de reine en mystieke accoorden dezer muziek hun hoogsten glans geeft. Het is, naast de heerlijke stem van de Liefde, de onwederstaanbare stem van den Dood. Reeds in den aanvang vertoonen zij zich samen, onbegrepen, in het telkens weerkeerend, peinzend refrein:

„Liefde is sterker, sterker dan de dood."

En deze vaag-gevoelde overwinning der Liefde, doet haar zich aanstonds verzoenen met den schijnbaar-wreede, waarvan zij in het groote gedicht „Aan den Dood" het wezen te doorgronden tracht. En in dat gedicht vindt zij ééne verwonderende waarheid: de gelijke natuur van Dood en Liefde:

„Gij zijt de wonderspeer wier aanraking de wond heelt die zij slaat gelijk ook Liefde doet, dat and're wonder:"

Doch vele bladzijden verder vindt zij hunne innige verwantschap nog dieper:

1) Een kleine schaduw slechts zie ik voorbij vluchten in het tè luchtige woordje „spelend", omdat hier niet aan de bizondere,. doch aan de Algemeene Liefde gedacht moet worden.