is toegevoegd aan uw favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„OM DE KINDEREN". »)

Met een professorale vergeetachtigheid heeft Carry van Bruggen alwéér, niet haar parapluie, maar haar aanhalingsteekens vergeten. Haar vorige roman immers, Een coquette vrouw, handelde in 't geheel met over een coquette vrouw, maar over wat de booze wereld „een coquette vrouw" gelieft te noemen, — ook al geldt het een zielszieke, die het niet helpen kan, als zij den eenen man na den anderen aanhaalt, gedwongen is aan te halen. Dat zïelig-aanhalige vrouwtje was dus maar een coquette vrouw tusschen

aanhalings-teekens.

Desgelijks is de strekking van dezen nieuwen roman, dat het niét om de kinderen gaat. „Om de kinderen' , dat is de valsche leus der conventioneele wereld, wanneer zij bedoelt „om de menschen", „om de

^ „Om de kinderen hadden jullie bij elkaar moeten blijven", bestraft mevrouw Van der Wal, de zelfgenoegzame steunpilaar van het Fatsoen, de zoo goed als gescheiden Henriet van Vloten, „om de kinderen hadt ie het nooit nooit mogen doen. Je hebt de kinderen van hun vader beroofd. Kinderen hebben recht op hun

beide ouders".

Henriette denkt aan de laatste jaren van hun samen-leven, toen ten leste „elk overleg een onmogelijkheid was geworden door hun wederzij dsche prikkelbaarheid — toen was Wim's heengaan immers

i) Om de kinderen, door Carry van Bruggen. (Nijgh * v. Ditmar's Uitg. Mij).