is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Retsin, Dr. I. Van der Ghinste, Alb. Thooris, Cam. De Bruyne, Emiel Dumon, H. Baelden, H. Demarez, A. Matton, F. Van den Weghe, J. Boedt, A. Vermast, L. Lambrechts, M. Verkest en talrijke anderen nog.

Buiten de schooluren wijdde Sabbe zich met hart en ziel aan de herleving van Brugge. Eerst in zijn maandblad De Halletoren, dat van 1874 tot 1880 verscheen, en na den val van dit orgaan in den Brugschen Beiaard, dien hij gedurende dertig jaren, tot op zijn doodsbed grootendeels alleen vol schreef, was hij de heraut en de kampioen van elke Vlaamsche, vrijzinnige, artistieke en stoffelijke levensuiting te Brugge.

In den Halletoren was het, dat hij, geholpen door talentvolle vrienden als Aug. Van der Meersch, Leo van Gheluwe, Karei Deflou, A. Nelis e. a., een schitterenden veldtocht voerde voor de herstelling der oude gothische huisgevels en openbare gebouwen te Brugge. Die beweging, begonnen in het maandschriftje La Plume, waaraan Sabbe ook meewerkte, behoorde mede tot zijn programma, dat Brugge's wedergeboorte moest helpen verwezenlijken.

Sabbe's Brugsche voorgangers in die beweging waren de Brugsche bouwmeesters K. Verschelden en Van Robays, die de eerste herstellingswerken leidden. Sabbe werd dadelijk een hunner overtuigdste aanhangers. Met zijne echt nationale begrippen over kunst, die hij o. a. treffend heeft uitgedrukt in eene studie Het nationaal Beginsel in de Schilderkunst (Nederlandsch Museum 1874), kon het niet anders, of het behoud van Brugge's oorspronkelijk schoon moest in hem een warm voorstander vinden. Met woord en pen heeft hij veel gedaan om de aanvankelijk zeer sceptische, ja zelfs vijandig gezinde Brugsche burgerij voor dat werk van wedergeboorte te winnen.

Het was Sabbe niet enkel te doen om het schoone aanschijn van de heerlijke stad van onder de smadelijke kalklaag, die tijden van smaakontaarding er hadden opgelegd, weer te doen te voorschijn komen, maar tevens zag Sabbe in die herleving