is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Maere mochten het zoet genot smaken het worstelen en werken van het schoonste deel van hun leven met den zege bekroond te zien. Naast deze vreugde moesten zij echter ook de bitterheden der miskenning en der ondankbaarheid proeven. Tengevolge van enkele wijzigingen aan De Maere's oorspronkelijk ontwerp toegebracht werd hem door de officiëele wereld het vaderschap van Brugge-Zeehaven als het ware ontnomen. En Sabbe, die wekker en werker van den eersten dag, werd bij alle officiëele inhuldigingen en feestelijkheden verdrongen door menschen, die nooit éénen voet verzet hadden voor Brugge-Zeehaven! Het geringste bewijs van officiëele erkentelijkheid werd hem ontzegd om open, louter politieke redenen. De Maere en Sabbe deelden elkander toen in brieven hun bittere indrukken mede. De Maere schreef o. a.: „Ben ik niet geheel en al in de zaak Brugge-Zeehaven aan de deur gezet? Heeft of de Staat, of de Stad mij eene plaats, hoe gering ook, in de rei der oprichters of ambtenaren of leden van het tegenwoordige bestuur van Brugge-Zeehaven ingeruimd? Zal niet de eerste de beste „garde barrière" het recht hebben mij van het werk te jagen, als ik er zal naar komen zien ? En ik ben de vader van Brugge-Zeehaven! Zonderlinge vader, wien men zijn kind ontneemt! En van de tegenwoordige medewerkers, die nu de eerste plaatsen innemen, hoeveel waren er, die in den beginne medededen?" *) De warmste erkentelijkheid ontmoette Sabbe bij De Maere. Herhaaldelijk zegde en schreef deze wat hij aan zijn medewerker verschuldigd was. „Waarde vriend, mijn eerstgeborene, (schrijft hij hem in 1896), waarom ben ik niet meester? wat zoude ik niet voor IJ doen? wat zoudet gij niet verdienen? En hoe blijde zoude de geheele bevolking van Brugge niet zijn, indien men veel, zeer veel en zonder tellen voor U deed?" Wat het juiste aandeel van Sabbe in de Zeehaven-beweging was, heeft De Maere bondig en treffend geschreven. 2) Geen bevoegder hand ') Brief van 9 December 1895.

2) Zie Brugsche Beiaard van 5 October 1895.