is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem steeds ter zijde. Door zijn schrijven en zijn spreken hield hij den wankelenden moed der bevolking staande. — Als secretaris van den Kring Brugge-Zeehaven bewees hij de grootste diensten. Nog grooter diensten bewees hij als opsteller van den Brugschen Beiaard. In dit blad, dat wekelijks verscheen, liet hij geen nummer voorbijgaan zonder zijne lezers op de hoogte te houden der gebeurtenissen. — Dit blad is een spiegel van al de wederwaardigheden, die de groote zaak heeft ondervonden. Het is een memorieboek, waarin al de aandoeningen van het volk, zijne hoop, zijn wantrouwen, zijne verzuchtingen, zijne vreugde, ja zijne wanhoop zijn uitgedrukt. Dit alles heeft hij later in iets als een boekdeel verzameld, dat verleden jaar m de Rotterdamsche Courant is verschenen en in Noord-Nederland door een ieder met zooveel belangstelling is gelezen. — Nooit, in het hardste van den strijd, heeft Sabbe het eenzijdig terrein, waarop van den aanvang het geheele ontwerp door den heer De Maere was geplaatst, verlaten. Zijn lof en zijn blaam ging zoowel tot zijne politieke tegenstanders als tot zijne geloofsgenooten. Den burgemeester van Brugge liet hij, niet minder dan den gemeenteraad, in alle omstandigheden recht wedervaren, en nu, dat de overwinning nabij is en de droom van 1878 eene werkelijkheid geworden, "mag Sabbe, in de kalmte van zijn geweten, een blik van voldoening op zijn verleden werpen. Zijn naam zal voor eeuwig aan de herleving van Brugge blijven gehecht."

Het spreekt van zelf, dat de man, die volgens deze onweerlegbare getuigenissen het schoonste deel van zijn leven aan Brugge's wedergeboorte had gewijd, gedurende zijne laatste treurige levensjaren onder de miskenning zijner verdiensten bitter leed; doch niettemin bleef hij steeds, overal waar het nog noodig bleek, de trouwste en wakkerste verdediger van Brugge's nieuwe zeebelangen. Zijn eigen houding tegenover de officiëele ondankbaarheid kunnen wij niet beter omschrijven dan hij het zelf deed in de volgende strophe uit een gedicht, in 1898 opgedragen aan

2