is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilderen met fijne toetsen, — De Mont en Sabbe daarentegen luiden de groote klok, hun beelden rijzen als krachtige boomen op, zij borstelen met breede streek. Bij Sabbe trof steeds de op den toehoorder overslaande zielswarmte van den toon, het breedgolvende der periode, de welluidendheid der rijke stem en het groote gemak van improvisatie. Wilden wij een voorbeeld zoeken om aan te toonen wat het woord vermag in den dienst eener volkszaak, dan zouden wij moeilijk een beter vinden dan in Sabbe s redenaarsloopbaan. Spreken was bij Sabbe nooit een dilettantisme, nooit een ijdel mooi-zeggen; steeds spande hij zich voor eene zaak in en zweepte de menigte op, tot het beoogde doel bereikt werd, met zeldzame woordmacht en in steeds gekuischt litterairen vorm."

Hoe jammer, dat er van de honderden redevoeringen door Sabbe uitgesproken weinig of geen zijn bewaard gebleven, 't Waren schitterende, doch vervliegende en uitvonkende vuurfonteinen. Alleen de tijdgenooten, die hem hoorden, kunnen getuigen van de welsprekende warme taal, waarmede hij over Brugge's verval en verrijzenis, Breidel en De Coninc, Benoit, Van Beers, Vuylsteke, De rol van Nederland in de Geschiedenis, Drie vaderlandsche Gedenkdagen (Ieperen's Tuindag, Slag bij West Roosebeke, Beleg van Antwerpen) en tientallen andere onderwerpen wist te handelen. In Sabbe s boek over Benoit komen een paar redevoeringen voor, die hij uitsprak in den strijd voor de verovering van het Vlaamsch Koninklijk Conservatorium; in de Handelingen van het XXVIIe Nederlandsch Congres te Kortrijk (1902) staat de openingsrede, die hij daar als voorzitter hield; in de verzameling der volksvoordrachten, door de afdeeling van het Willems-fonds te Antwerpen uitgegeven in de jaren '70, verschenen ook Sabbe's redevoeringen Help u Zelf en Eenige Mannenbeelden; en dat zijn zoowat de eenige gedrukte overblijfsels van zooveel treffende toespraken.

Sabbe was ook een onzer goede dichters. Reeds in de Gentsche Studenten-almanakken van t Zal wel gaan, gaf hij bewijzen van