is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lange rei.

Zij is wel schoon, mijn Rei, van 't venster uit aanschouwd, Bij rossen westergloed ten blauwen zomerhemel Als zij met koperglans in 't mooren golfgewemel,

Zich slingert, weidsch en breed, door stofflg avondgond.

Wel schoon, in 't watervlak, dat spiegelend geschemel Der kakelbonte schaar van gevels, spits en ou , Van boomen, daken, groen en rood, die als verbouwd, Daar knikken tot elkaar met grimmelend gefemel.

Maar 't schoonst, die Hallereus, die schijnt hierheen te zien, Ooduikend uit die pracht, fier, tusschen spits en toren; Be'net "eed" grJ, de Kroon ontvlamd in ■. westergioren,

Op wacht of aller hoop, of Elza's Lohengnn'

Gesleept door 't blanke heer dier zwanen altegad

Niet opdaagt langs dien stroom, eens Brugge's levensader.

30 Juni 1893.