is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOUDEN AVONDSTOND.

't Ooud der gevallen loovers dekt den grond. Nog ruischen, roest en goud, wat blaren aan de boomen.

Goud stort de herfstzon kwistig in het rond,

En, stil in al dien gloor, ligt de oude stad te droomen.

Een lichte mist steeg op, als goud zoo blond,

En komt de rosse murenpracht der kerk omdoomen.

De toren staat in goud. De horizont Draagt als een wolkgebergt, dat baadt in lavastroomen.

Wat leunt aan 't kerkportaal, in al die pracht Zoo roerloos preevlend daar, als aan den muur geklonken, Bleek in haar donkre kap en lompendracht,

De hand naar 't volk gestrekt, als d'orgels lofzang ronken, Die bedelvrouw, tot matte wanhoop als verzonken, In 't milde licht, gelijk een beeld der nacht?

10 October 1899.